Frederik Lamote van het burgercollectief Respect Brussels vraagt zich, na de ellenlange onderhandelingen over een Brusselse regering, af hoe we een nieuwe blokkering in 2029 kunnen vermijden. Hij pleit voor een burgerconventie, samengesteld uit een diverse groep Brusselaars, om institutionele hervormingen voor te bereiden.

Een grote golf van opluchting – en hier en daar wat misplaatste euforie – rolde donderdag over Brussel. De druk van de Brusselaars en de vele noodkreten leidden er mede toe dat Rudi Vervoort eindelijk zijn afscheidsfeestje krijgt. In drie dagen tijd deden de onderhandelaars wat meer dan zeshonderd dagen lang onmogelijk leek: een compromis sluiten. Dat verdient erkenning. Maar daarmee is de Brusselse democratie nog niet gered.
Het conclaaf op cafeïne leverde een behoorlijk summier regeerakkoord op. In de haast waarin het tot stand kwam, vergaten de onderhandelaars een antwoord te formuleren op een nochtans prangende vraag: hoe vermijden we dat deze democratische en politieke blokkering zich in 2029 nog eens herhaalt? Buiten een vaag engagement om een traject voor institutionele hervormingen op te starten, blijft de nieuwe regering opvallend stil over die noodzakelijke oefening.
Om een nieuwe blokkering te voorkomen, heeft het Brussels Gewest het federale parlement nodig. Het federale parlement is bevoegd voor de Bijzondere Wet op de Brusselse Instellingen (Brusselwet). Die wet bepaalt de spelregels van de Brusselse democratie. Die wijzigen vraagt een tweederdemeerderheid in de Kamer én een meerderheid binnen elke taalgroep. Zo’n procedure duurt al snel een jaar, het hele proces jaren. Politieke consensus groeit zelden vanzelf. Willen we in 2029 niet opnieuw zeshonderd dagen stilstaan, dan moet het debat vandaag openen.
Dat is geen luxe, maar pure noodzaak. Na een zo lange stilstand is het al broze vertrouwen in de politiek verder afgebrokkeld. Meer dan één op de vijf stemgerechtigden kwam niet opdagen of stemde blanco. Tel daarbij 123.000 Brusselaars (VUB 2016) die niet geregistreerd zijn en om uiteenlopende redenen niet kunnen stemmen – expats, studenten, mensen zonder papieren … – en je ziet de uitdaging. Onze democratie is minder representatief dan ze hoort te zijn. Wie krijgt het recht om te stemmen?
De veto’s hollen het systeem verder uit. In het Nederlandstalige kiescollege werden 8 van de 17 zetels politiek buitenspel gezet. Door TFA, PVDA en N VA uit te sluiten, hebben de PS en MR bepaald welke Nederlandstalige meerderheid aan zet komt – en dus ook wie de Vlaamse Gemeenschapscommissie bestuurt. Dat wringt. Het staat haaks op de geest én de letter van de Brusselwet, die de spelregels van onze democratie vastlegt. Die wet dateert uit de jaren 1980, toen Brussel nog hoofdzakelijk tweetalig was. Vandaag is Brussel een uitgesproken meertalige stad. Het is tijd om die wet eens grondig tegen het licht te houden.
Een van de redenen waarom de regeringsvorming zo lang aansleepte, is dat niemand bevoegd is om het proces te begeleiden. Op federaal niveau neemt de koning die rol op. In Brussel kan in theorie iedereen dat doen. Het werd zelfs wat surrealistisch toen wij als burgerbewegingen het initiatief namen om de onderhandelingen weer op gang te trekken. Brussel heeft gek genoeg een gouverneur. Misschien kan die een rol spelen. Of waarom niet de koning? Ook hij woont hier tenslotte.
Tijdens de zeshonderd dagen werd regelmatig gepleit voor nieuwe verkiezingen. In een democratie is dat logisch. Maar ook dat kan Brussel niet alleen beslissen. Daarvoor is – u raadt het al – een wijziging van de Brusselwet nodig. En zelfs als die er komt, blijft het ingewikkeld. Brusselaars kiezen niet alleen hun eigen parlement, maar ook vertegenwoordigers in het Vlaams Parlement en de Fédération Wallonie-Bruxelles. Een zetelverschuiving kan dus meerderheden elders in het land doen kantelen. Eenvoudig is het niet. Maar dat is geen reden om het gesprek niet te voeren.
De meest genoemde hefboom is de fusie van de Nederlandstalige en Franstalige kiescolleges, met behoud van bescherming voor de Nederlandstalige minderheid. De fusie zou partijen kunnen aanzetten tot het uitwerken van een echt meertalig project voor alle Brusselaars. Het idee doet velen dromen, maar het roept ook fundamentele vragen op. Hebben eentalige partijen zoals N-VA, Défi en LIB·RES nog kans op zetels? Wie bepaalt wie waar op een lijst staat? Hoe vermijd je dat de ene taalgroep beslist wie zich in de andere mag verkiesbaar stellen? En hoe bepaal je in een meertalige stad nog wie tot welke taalgroep behoort?
Eén ding is duidelijk: het is tijd om het maatschappelijke debat te voeren over hoe we onze Brusselse democratie in de toekomst willen vormgeven. Dat debat mogen we niet alleen aan politici overlaten.
Als Brusselaars willen we met een gelijkwaardige stem mee kunnen beslissen over de toekomst van onze democratie. Daarom pleiten we vanuit Respect Brussels en WeAreBrussels voor de oprichting van een burgerconventie, samengesteld uit een diverse groep Brusselaars. Geef hun het mandaat om te luisteren naar experts, ambtenaren en – ja – politici, om een plan uit te werken en om wetswijzigingen te implementeren, in samenwerking met de Brusselse en federale regering.

