Categorieën
Het gemeenschapscentrum

Een blinkend hek voor vrijheid

11.05 uur – vergaderzaal

David: Ik zie dat de paashaas is leeggelopen op de tafel. Bim, bam, bom. Geen getreuzel. Elf uur en ik heb nog geen enkel werkbaar voorstel van jullie gekregen. Ik denk dat we vergeten zijn hoe leuk het is om samen op te trekken, om samen iets te maken. Weet je, ik ga niet graag alleen op restaurant of in mijn eentje op reis. Wat ik me meestal herinner van een reis is de lol die we samen maken. Het plezier kleurt de gebouwen en de musea. Het gezelschap duwt de reis je herinneringen in, de rest is decor, toch? (Hij pakt de aanwezigheidslijst.) Wat hebben jullie bedacht aan projecten? (Hij richt zich tot Kim.) Wij hebben elkaar al ontmoet. Ik had je pas opnieuw verwacht na de lunch. (Kim kijkt weg en haalt haar schouders op. David zucht en richt zich naar de man naast Kim). Ik vraag me steeds meer af waarom jullie hier werken. Wie ben jij? Wens jij iets te zeggen?

Stefaan (knikt): Ik ben meneer Stefaan. Ste-faan. Ik ben de conciërge van Het Anker. Ik ben het geheugen van deze plek. De bibliotheek, meneer! Ouder dan de stenen. Haal mij hier weg en alles stort in. Ik ben niet vaak thuis. Van alle collega’s breng ik hier het meeste tijd door. Dus mijn vraag aan u: waarom sta ik niet op uw lijst? (Hij legt zijn rechterhand op de tafel). Meneer, ik wil een stem. Tegenwoordig is iedereen gelijk, toch? Of hoe zeg je dat? (Hij trommelt met zijn vingers op tafel). Is handenarbeid u te min? Ik bedenk geen projecten, maar ik zie alles! Ik bepaal wie hier binnenkomt! (Hij balt zijn vuist). Wist u dat er is ingebroken in Het Anker? Inderdaad, een jongeman met een ongezonde obsessie voor ons gemeenschapscentrum is hier binnengeraakt. Zijn bezoek heeft ons wantrouwig gemaakt. (Hij slaat met zijn vuist op tafel.) Niet meer! Dit is mijn project: geen opendeurpolitiek meer. Gedaan met die onzin. Mensen komen naar hier om zich te amuseren. Niet om te vechten. Luister meneer, we kunnen dit oplossen. Het Anker is van de overheid en de overheid heeft informatie over wie wat heeft uitgestoken, nietwaar? We kunnen de overheid dan ook vragen om informatie uit het strafregister met ons te delen. We willen toch weten welk vlees we in de kuip hebben? Wil je binnen? Ok! Even wachten. Face recognition. Kleurt het licht groen? Kom binnen. Kleurt het licht rood? Dit is niet jouw plek. Next! (Kim wiegt mee op het ritme van Stefaans zinnen en knipoogt naar David.)

David: Stop! Genoeg. Stefaan. Meneer Stefaan. Ik ben hier niet om te bepalen wie er wel of niet mag binnenkomen. Mijn taak vandaag is het bespreken van nieuwe projecten met de sociaal-cultureel werkers. Niet met u. Het spelen van buitenwipper staat niet in mijn functieomschrijving. (Hij voelt plots Kims hand op zijn knie. Hij kijkt haar vragend aan en duwt haar hand weg).

Stefaan (fel): Ik heb geen diploma, maar ik heb tonnen ervaring. Ik laat me niet langer uit het veld slaan. Ook ik heb rechten! Ik heb een kilometerslange staat van dienst. Ik heb van niemand lessen te ontvangen. Zeker niet van nieuwe én onervaren sociaal-cultureel werkers. Tussen haakjes: wie gaat mij vervangen de dag dat ik hier vertrek? Ik doe hier werkelijk alles: ik wied het onkruid tussen de kasseien van het inkompad. Ik zet de koffie. Ik zet het krijtstoepbord ‘s morgens buiten. Ik ruim de tafel af na de lunch. Ik gooi de koffiedrab in de juiste compostbak. (Hij legt zijn rechterhand opnieuw op tafel.) Meneer David, een tweede optie die we nog niet besproken hebben, is het verhogen van de prijzen van onze activiteiten.

David (schudt zijn hoofd): Nee! Meneer Stefaan. Nee. En zeg alsjeblieft David. Stop met het zeggen van meneer. Ik wil geen verhoging van de prijzen. Ik heb het u net gezegd: ik ga daar niet over en ten tweede: we willen juist meer mensen aantrekken. Het opzetten van extra drempels is niet de gewenste weg.

Stefaan (luider): En wie bent ú om dat te beslissen? U bent hier pas en u weet alles? Wat weet u over de gang van zaken in Het Anker? Dagelijks hebben wij te maken met agressie. Er is geen burgerschap, meneer David! Geen respect voor het werk dat wij hier elke dag leveren. (Hij trekt zijn hand in). Dat was vroeger ondenkbaar. Men was dankbaar voor wat men kreeg. Nu niet meer en het maakt me razend én machteloos dat we ons er ook niet tegen mogen beschermen. (Hij schreeuwt.) Ze hebben ons de Congo uitgestampt en nu zelfs uit het eigen land! (Hij zwijgt enkele tellen). Hier trek ik de lijn. We hebben bewakingsagenten nodig! (Hij slaat met zijn rechtervuist op tafel). Face recognition. Rood! Je hebt hier niets te zoeken! Een blinkend hek voor vrijheid, aan de bovenkant afgewerkt met puntig glaswerk!

David (slaat met de vlakke hand op tafel): Stop! Genoeg! Meneer Stefaan, ú hebt hier niets te zoeken. En, in godsnaam, laat Congo hier buiten!

Stefaan (giftig): Mag ik u even meegeven, voor u me lastigvalt met uw mooie praatjes,  dat het niveau van geletterdheid onder de Congolezen, tijdens het Belgisch bewind, vele malen hoger lag dan nu. Iets om over na te denken, niet dan?

David (razend): U hebt het over discipline en beschaving, meneer Ste-faan, grote woorden, inderdaad! Iedereen moet luisteren? U! Dus! Ook! (David staat recht en zet Stefaan in zijn schaduw). U staat niet op mijn lijst en toch komt u, onuitgenodigd, op deze afspraak. Ik vraag u niets en toch blijft u uw mening spuien. Ik heb u gezegd dat ik niet over het onthaalbeleid ga en toch blijft u me daarover aanspreken. Maar daar houdt u van, niet waar, meneer de kolonisator? U houdt ervan uw mening op te dringen aan anderen. Wij waren niet uitgenodigd in Congo, of vergis ik me? (Hij wijst naar Stefaan die steeds dieper verdwijnt in de rug van zijn stoel). Leopold II is geen beschaving gaan brengen, hij is het land gaan leegroven. Het brengen van beschaving betekent het opleggen van de eigen wil, niet waar? Het brengen van beschaving betekent mensen de mond snoeren, niet waar, Stefke? Wat zou jij ervan vinden als dieven jouw huis binnendringen én er blijven én er de boel overnemen? En dat jij je smoel moet houden? Brengen die inbrekers beschaving? Ze roven je huis leeg, ze brengen ziektes mee, ze verkrachten je vrouw, ze zetten je zonen en dochters aan het werk in jouw tuin. Als ze tegensputteren, hakken ze hun handen af. En jij, meneer Stef? Jij? Jij moet godverdomme dankbaar zijn. Jij moet de taal van de dieven leren. Jij moet een standbeeld  oprichten voor de dieven. Jij moet hen eren. Jij moet hen dienen. Dus wat zit je hier nog te doen? Sleur een blok marmer uit de steengroeve en pak godverdomme je puntbeitel, je houten klokvormige steenhouwershamer, je tandijzer, je vlakbeitel, je rondbeitel en je steenboor! En dan? Hakken godverdomme. Kappen! Slissen! En wrijven tot de vellen van je handskelet vallen. Sneller! Of neem afscheid van je handen! Sleep het beeld je voortuin in en buig. Buig elke dag. Buig nederig. Tachtig jaar lang. Je dochter sterft maar je zoon kan lezen en schrijven. Dat is wat je wil, toch? Je dochter is morsdood, maar je zoon is geletterd. Wat kijk je me bang aan. Hoe durf je me zo bang aan te kijken? Ik zeg net dat je dankbaar moet zijn! (David slaat opnieuw op tafel, de kopjes wippen in hun schaaltjes.) Ondankbare klootzak!

Stefaan (davert over gans zijn lijf en piept): Hoe durf je? Hier kom je niet mee weg. (Hij komt los uit zijn stoel en sluipt laag naar de deur zonder zich om te draaien.) Ik laat me niet intimideren. Hier kom je niet mee weg. (Hij verdwijnt in de gang.)

David (roept hem na): Ik heb niet gezegd dat je weg mocht. Kan jij wel schrijven, meneer Stefaan? Maak jij geen dt-fouten? (Hij gaat zitten en kalmeert.)

Kim (kucht): U hebt nog niet veel zieltjes gewonnen voor uw project.

David (gedecideerd): Ik heb uw mening niet gevraagd. Ik heb u gevraagd een activiteit te bedenken en u te houden aan de afgesproken tijdsblokken. Zo moeilijk lijkt me dat niet. Hup, hup, zoek een lege vergaderzaal, maak je handen vuil en doe iets.

Kim (staat op en rolt haar ogen): Zeker.

David: Kim? (Ze draait zich om). Je houdt je handen thuis.

Share

Door Thomas Dielman

In Het gemeenschapscentrum is David uitgenodigd om er samen met de sociaal-cultureel medewerkers activiteiten te bedenken om mensen opnieuw duurzaam met elkaar te verbinden. De medewerkers reageren niet unaniem positief op zijn komst. Thomas Dielman is beeldend kunstenaar en auteur. Hij woont in het centrum van Brussel. In 2024 verscheen zijn debuut Het straatfeest.