Het Migratiemuseum in Molenbeek brengt een migratiegolf onder de aandacht die zelden de media haalt: Italianen die na 2000 naar Brussel verhuisden. Wie al eens in Elsene of Etterbeek komt, hoort vaak Italiaans op straat, en de populaire Facebook-groep Italiani a Bruxelles telt maar liefst 42.000 leden. BrusselBlogt ging kijken naar de tentoonstelling Italo 2000 en sprak met Johan Leman, voorzitter van de Foyer, het integratiecentrum dat het museum herbergt.

Hoeveel Italianen maakten de voorbije decennia de oversteek van il Bel Paese naar Brussel?
Het is moeilijk om aan juiste cijfers te geraken. Het gaat om migratie van EU-burgers binnen de Europese Unie. Niet iedereen die migreert, schrijft zich meteen in of uit. Een tijdelijk verblijf kan uitgroeien tot een vast verblijf. In de tentoonstelling spreken we van 7.000 à 10.000 nieuw ingeschreven Italianen in Brussel in de periode 2010-2020. De Italiaanse consul sprak op de opening van 2.000 nieuwkomers per jaar. Niet iedereen blijft natuurlijk, maar toch, dat zijn stevige cijfers. Voor de expo verzamelden we 76 getuigenissen, die ook te beluisteren zijn.
Wat brengt de Italianen in het kille, grauwe Brussel?
Elk verhaal is anders. Brussel oefent als Europese hoofdstad een grote aantrekkingskracht uit, dat is duidelijk. Velen beginnen met een stage bij de Europese instellingen of ze hebben meegedaan aan het concours en zijn geselecteerd voor een baan. Je hebt ook de studenten die hier een Erasmus-uitwisseling doen aan de ULB of de VUB. Er zijn er die de stap gezet omdat ze hier familiebanden hebben of omdat ze via het Italiaanse sociale weefsel aan een job geraakt zijn, bijvoorbeeld als babysitter of pizzaiolo.
Het zijn dus niet noodzakelijk academisch geschoolde profielen?
Nee, er zijn ook gekwalificeerde arbeiders, die hier trouwens goed hun boterham verdienen. Ik denk aan bouwvakkers en spoorarbeiders. Meestal zijn de nieuwkomers meertalig. Ze spreken eerder Frans dan Nederlands, omdat het dichter bij Italiaans ligt. Ze wonen vooral in Elsene, Etterbeek, de Woluwes, Sint-Gillis, Brussel-stad en Anderlecht.
Voelen ze zich eigenlijk migranten, zoals hun voorouders die na de Tweede Wereldoorlog in België in de mijnen kwamen werken?
Ze zien zich niet als echte migranten, maar als mede-EU-burgers. Ze zeggen dat ze niet uit noodzaak komen, maar omdat ze hier een opportuniteit zien. Ze ontvluchten niet de honger of andere ontberingen. Ze krijgen hier wel vaak meer kansen dan in eigen land. Het gaar trouwens om Italianen uit alle streken, niet alleen uit het traditioneel armere Zuiden.
Al is er nog altijd stapsgewijze migratie, bijvoorbeeld een Siciliaan die in Bologna gaat studeren en daarna naar het buitenland trekt. Je hebt ook Tunesiërs, Roemenen, Albanezen die in Italië de Italiaanse nationaliteit verwerven en daarna verder migreren. Ik spreek van indirecte klimaatmigratie, omdat het Zuiden meer getroffen wordt door de klimaatontwrichting.
Ik zie Italianen op Facebook vaak vragen waar ze bepaalde regionale specialiteiten kunnen krijgen. Bewegen ze zich niet vaak in hun eigen bubbel?
Dat is deel van de charme van Brussel: ze vinden hier een community en een groot aanbod van winkels en restaurants en andere dienstverleners en ondernemers in hun taal. Ze houden inderdaad vaak vast aan hun voedingsgewoonten. Maar een Italiaanse bubbel? Ze verschillen helemaal niet van Belgen, die ook gelijkgezinden opzoeken, qua opleiding, sociale achtergrond, interesses.
Houden die nieuwe Italianen eigenlijk van Brussel?
Ja, Vlamingen die buiten Brussel wonen, zouden verrast zijn om te horen hoe positief de meesten tegenover Brussel staan. Ze voelen zich hier vrij. Dat geldt zeker voor de LGBTQ+-gemeenschap. Ze vinden dat Brussel een stad is met veel mogelijkheden, van jobs en huizen tot het diverse en hoogstaande culturele aanbod. Tegelijk is het een stad op mensenmaat, en veel minder duur dan bijvoorbeeld Londen of Parijs. Ze appreciëren ook het gemoedelijke, ontspannen karakter van de Brusselaars. Het gaar er hier minder afstandelijk aan toe. Je ziet: migratie is niet altijd kommer en kwel.
En wat denken ze over de rest van België?
Sommigen maken uitdrukkelijk een onderscheid tussen Brussel en de rest van het land. Ik hoorde Italianen zeggen: ‘Ik woon graag in Brussel, maar ik wil niet op een andere plaats in België wonen, want buiten Brussel bekijken ze me als een vreemdeling.’
Die constante uitstroom van getalenteerde mensen moet Italië toch ook zorgen baren.
Het is inderdaad een aderlating, een heuse braindrain. Ze hebben mensen opgeleid, die vervolgens andere horizonten opzoeken. Sommigen keren terug, maar als ze zich hier thuis voelen en ook een partner en kinderen hebben, zijn ze geneigd hier te blijven.
In een persbericht pleit je ervoor om de nieuwe Brusselaars nauwer bij het beleid te betrekken.
Vandaag kunnen ze enkel deelnemen aan gemeentelijke en Europese verkiezingen als ze de Belgische nationaliteit niet hebben. Het zou beter zijn om hun stemrecht uit te breiden tot het gewestelijke niveau. Het niveau van de beleidsvoering zou er niet onder lijden. Integendeel, het zou de democratie ten goede komen als er meer stemgerechtigde Brusselaars bijkomen. De nieuwe burgers zouden ook meer geneigd zijn om zich te engageren voor hun stad.
‘Italo 2000 — De nieuwe Italianen van Brussel’ loopt nog tot en met 30 januari 2027 in het MigratieMuseumMigration in Molenbeek.

