Categorieën
Brussel Persoonlijk Duurzaamheid

Duizend bo(m)men en granaten

Er zijn 101 redenen waarom ik me bevoorrecht voel in Brussel. Eén ervan is dat ik een tuintje heb. Een andere is dat daar een boom in staat. Of ja, in die van de buren — met een kruin zo groot dat wij mogen meegenieten. Niet zomaar een boom: een reuzeboom. Een pracht van een boom. Ach jongens, wat een boom is dat.

Hij torent boven mijn appartement uit en laat in de winter het door zijn kale takken gefilterd licht tot beneden reiken. Zijn schaduwspel valt door het raam op de keukenkasten. Vanaf april begint het spektakel écht. De bladeren verschijnen in lentegroen en schilderen zich vervolgens in duizend tinten herfst. Van diepgroen over saffraan naar vurige schakeringen amber, koper en vermiljoen, in een prachtige ombré. Als bomen kappers hadden, dan kreeg deze colorist van mij een award.

Nadert de zomer, dan worden de bladeren donkerder, bordeaux, dieppaars zelfs. In de voormiddag lekt het zonlicht nog aan ons gras, maar de rest van de dag beschermt de boom ons met zijn glans tegen hittegolf en zonnebrand. In zijn schoot spreidt het jong van de kraaien voor het eerst zijn verfomfaaide vleugels. In zijn omhelzing fluiten merels, tokkelt de kleine bonte specht en krijsen parkieten. De ene kat vlucht de takken in voor de andere op de grond. Met mijn verrekijker op het terras kijk ik de kat uit de boom. Uitzonderlijk krijgt hij bezoek van een Vlaamse gaai of een zanglijster — en één keer zelfs van een vermoedelijk ontsnapte papegaai. Wanneer de avond valt, cirkelen kleine vleermuizen rond.

Toen we ons appartement kochten, verontschuldigde de voormalige eigenares zich voor de boom. Zij had hem liever zien verdwijnen. Ze vond hem te donker, hij hield het licht tegen en zorgde voor veel werk wanneer de bladeren vielen. Maar dat vond de paus niet kunnen. Inderdaad: volgens de geruchten behoort het terrein van de buren toe aan een religieuze orde, eentje waar de paus klaarblijkelijk veel over te zeggen heeft. En dus zou, zo vertelt men, de vereniging van mede-eigenaars van ons appartementsblok ooit een brief naar de paus hebben geschreven, met het vriendelijke verzoek de boom te laten verdwijnen.

Hij zei nee. Ik zeg het maar één keer: leve de paus!

Nu de herfst, na een lange nazomer, eindelijk zijn intrede doet, kleurt de kruin opnieuw goud. De boom laat zijn zaden los. Ze helikopteren rustig naar beneden op het monotone gebrom van politiehelikopters.

Nieuwsgierig zoek ik mijn boom op in de inventaris van het natuurlijk erfgoed[1] van Brussel. Een Fagus sylvatica f. purpurea, of rode beuk, zo blijkt. Gelet op de omtrek — laatst gemeten in 2002 — is hij de 93ste grootste van zijn soort in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Een kroon van twintig meter in diameter. Erfgoedwaarde: 8,98. Met middelgrote gebreken.

Ik ben enigszins teleurgesteld, al weet ik niet goed waarom. Misschien omdat zo’n oplijsting nooit de échte waarde van een boom voor een mens kan vatten? Omdat er geen score bestaat voor de schaduw op de keukenkasten, voor vleermuizen in de schemering en de manier waarop de seizoenen zich hier, vlak voor mijn raam, aankondigen?

Volgens Google Gemini is de boom zo’n 150 jaar oud. Ongeveer even oud als de herenhuizen tot wiens tuin hij behoort, volgens die andere inventaris — die van het bouwkundig erfgoed[2] — daterend uit 1881.

Ik sluit mijn ogen en verbeeld me het Brussel van toen. Sint-Joost-ten-Node in volle transformatie van een landelijk dorp tot een levendig stadsdeel. Gegoede burgers, kunstenaars en intellectuelen bevolken de statige nieuwe herenhuizen, terwijl arbeiders zich kromwerken in de spoorwegzones en de industrie van de Maalbeekvallei. Achter de statige gevels liggen smalle, omsloten binnentuinen: privéoases van rust, afgeschermd van de hectische straten met het gekletter van paardenhoeven op kasseien.

En ergens, in een van die binnentuinen, groeit een jonge boom. Misschien wordt hij geplant om schaduw te geven, misschien om de tuin wat cachet te bezorgen. Misschien is hij gewoon een zaailing die zijn kans grijpt.

Niemand weet dat hij anderhalve eeuw later boven de bebouwing zal uittorenen, en dat iemand met katten en een verrekijker hem als een lichtpuntje van de dag zal beschouwen.  


Het toeval wil dat deze blogpost de voorbije week in mijn drafts geparkeerd stond, terwijl ik op vakantie was.

De week waarin het Brusselse stadsbestuur vlijtig alle bomen op de Grasmarkt kapte, nadat tijdens storm Austen een boom op een terras was gesneuveld. Een oude kennis postte vanuit haar raam boze foto’s, vergezeld van het nodige gevloek. Duizend bo(m)men en granaten! Ik voel een klein steekje in mijn hart. Alsof er met de boom ook een klein takje van mezelf is afgebroken.

Een korte opzoeking leert me het volgende: hemelboom, of Ailanthus altissima. Een groep van minder dan vijf bomen, opgenomen in de wettelijke inventaris op 19 augustus 2024. Stamomtrek: 321 centimeter, gemeten in 2026. Ernstige gebreken. Erfgoedwaarde: 9,38. Stond er allicht al langer dan de meeste mensen die dagelijks onder zijn kruin doorliepen. De hemelboom blijkt zeldzaam aanwezig in Vlaanderen, maar is tegelijk een invasieve soort [3].

En daar sta ik dan, met mijn inventarissen, cijfers en tegenstrijdige weetjes. Heb ik bij deze officieel ontdekt dat erfgoedkundige bomenkenners en stedelijke ambtenaren kennelijk niet met elkaar communiceren? Of geeft men bomen met ernstige gebreken het voordeel van de twijfel? Ik weet niet zo goed wat ik ermee aan moet. Terwijl in de commentaarsectie van het internet mensen zich tot voor- of tegenstander van de bomen uitroepen, terwijl politiekers betere en mooiere bomen beloven, terwijl men Brussel alweer tot failed state bestempelt, kijk ik door het raam, naar mijn rode beuk.

Ik ben blij dat hij er staat.


[1] https://sites.heritage.brussels/nl/inventaire/

[2] https://monument.heritage.brussels/nl/

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Hemelboom

Share

Door isabelleville

Isabelle Selleslag woont in Sint-Joost-ten-Node en bouwt onder de naam 'isabelleville' aan haar eigen dagboek van de stad, in woord en beeld. Professioneel is ze van vele markten thuis, maar daarnaast is ze vooral een nostalgische creatieve ziel in het lichaam van een dertiger. Door een onverwachte medische plotwending werd haar wereld een beetje kleiner, maar neemt ze, na een veel te lange pauze, wel de pen terug op.