15:05 – grote tuin
David: Lieve vrienden, tijd voor een experiment. Ik wil iets uitproberen. Kan dit, Lyne en Pierre? Is dit het uur en de plaats? Luister, ik heb de afgelopen weken diep nagedacht over communicatie, over hoe wij – mensen – met mekaar communiceren. Ik heb wat opgeschreven. Ik wil mijn bevindingen graag met jullie delen. Zijn mijn ideeën de moeite waard om te delen? Zijn ze nog niet rijp? Missen ze urgentie? Ik tast een beetje in het duister. Stiekem droom ik van een job als opiniemaker. Het mee aanwakkeren van het vuur van het publieke debat ligt in het verlengde van mijn kunstenaarschap. Een forse column met mijn naam erboven. Een pen die mijn missie onderstreept. Inkt als druppelend bloed.
Pierre: Shoot! It is your party, man. (Lyne zucht, blik op oneindig).
David: Thanks, people. Zin in. (Hij kucht.) Mijn stelling is dat elk nieuw communicatiemiddel – ik denk bijvoorbeeld aan WhatsApp en sociale media – ons niet dichter bij elkaar brengt, maar juist verder uit elkaar zet. Sterker nog: ze maken het mogelijk om onpersoonlijk informatie uit te wisselen. (Hij staat recht en gaat voor de tafel staan. Hij snuift ostentatief.)
Ok, goed. Vroeger – lang geleden – toen de wereld nog plat was, konden mensen alleen communiceren als ze dicht bij mekaar in de buurt waren. Iemand heeft suiker nodig en loopt naar de hut van de buurman. Ze gaan zitten bij het vuur en praten. De woorden die ze uitwisselen – in het Oudnederlands! – zijn maar een miniem deel. Maken ook deel uit van de communicatie: oogcontact, lichaamshouding, gezichtsexpressies, spreektoon, vuil harnas, aanrakingen. Tussen de twee mannen gebeurt er ontzettend veel. Ze zitten er met haar en huid in. Ze ruiken hun mattie. Hun lijf schreeuwt mee. De buurman hoort de suikervraag terwijl zijn blik valt op de roodomrande ogen en wegtrekkende houding van zijn vriend. Hij knikt en legt zijn hand op diens hand. Zeker, genoeg suiker, maar wacht even, gaat het goed met je? De puzzelende blik kan de vriend overhalen om zijn hart te luchten. Een hapering als ingangsweg naar verbinding. Tijd om even in te checken. De vriend voelt zich gezien. De buurman voelt zich bevoorrecht door de ontboezemingen – relatieproblemen, zo blijkt, die de vriend wil oplossen met het bakken van een cake. De wederzijdse aandacht maakt de lucht tussen hen soepel en grenzeloos. De rest van de wereld vervaagt. Vanaf dat moment kunnen woorden het hart versterken. Energie wrijft de huid naar kiekenvel. De verouderingsklok stopt. Er komt tintelstof vrij.
Pierre (piept): Tuut! Disney-alert. Tintelstof, really? Je romantiseert het verleden.Mannen in maliënkolder die tijd maken voor emotionele micromomenten? Don’t think so honey. Je kleurt je argumenten te fel. Don’t push me, sweetie. Seduce me.
David: Ok, ik snap het. Ik heb inderdaad een boon voor het verleden. Thanks voor de feedback, Pierre. Opnieuw: de kans op een tintelmoment – sorry, ik heb nog geen ander woord kunnen bedenken – is het grootst als mensen elkaar fysiek ontmoeten. Moderne manieren van communicatie hebben die kansen op verbinding verkleind. (Hij tovert een papiertje uit zijn broekzak.) Door te communiceren via een brief bijvoorbeeld, zie je het lijf van je vriend niet langer. Het zoeken naar de juiste woorden zet ook een rem op de spontaniteit. De kans dat iemand anders de brief onder ogen krijgt maakt de schrijver voorzichtiger. Hij schrapt gevoelsuitingen. Hij plant het check-in moment in op een later tijdstip.
Elke nieuwe vorm van communicatie maakt het makkelijker om jezelf als het ware uit de overdracht van informatie te lichten. Het moment van overdracht wordt abstracter, zakelijker. Meer focus op de inhoud, minder op de mensen.
Efficiëntie in, kwetsbaarheid out. Via de telefoon moet de buurman zijn roodomrande ogen niet langer prijsgeven. Via een mail is het nog makkelijker om je relatieproblemen te verstoppen. Geen zin om te gaan werken? WhatsApp het woord ziek naar je werkgever.
Je kan de hele dag Netflixen maar de kans op tintelmomenten is nihil. (Hij steekt het papiertje weg).
Het Pacman-effect. Even wat theorie. Sorry voor de houterigheid. Ik weet dat ritme belangrijk is voor opiniemaken. Nogmaals: ik zit op een leercurve. Zo. Elk nieuw medium heeft zijn wetmatigheden. Zo is het gebruikelijk dat de communicatie via WhatsApp beknopter en zakelijker is dan bij een mail of een brief het geval is. En elk succesvol nieuw medium eet het vorige – vandaar de naam ‘het Pacman-effect’- op: denk aan het verdwijnen van de postbedeling in Denemarken. Of: het vorige medium blijft bestaan maar wordt ingrijpend gewijzigd door de wetmatigheden van het nieuwe medium: zo aanvaarden we intussen dat mails even beknopt zijn als digitale berichten.
Maar: een WhatsApp bericht heeft mij nog nooit doen tintelen. Persoonlijke woorden in een brief kan je niet vervangen door een emoji die een hartje van zijn lippen blaast.
Lyne (knikt): Sociale media heeft communicatie nog verder uitgehold. De schrijver richt zich niet langer tot één persoon, nee, hij schrijft naar de wereld. Om niemand voor het hoofd te stoten vijlt hij de scherpe kantjes van zijn woorden en vermijdt hij gevoelige onderwerpen, zoals: politiek, misstanden, godsdienst, seksualiteit. Wat niet? En via het Pacman-effect verspreidt deze verschraling zich over alle vormen van communicatie.
David (knikt): We laten onszelf niet kennen en mislopen zo tintelkansen.
Pierre (afwijzend): Ik hoor enkel dat jullie ouder worden. Wake up, people. The world has changed. Het tintelmoment situeert zich niet langer op het moment van verbinding tussen mensen, maar op het moment dat een project af is. En als ik een foto van het resultaat kan delen met de wereld dan is dat mooi meegenomen.
Deze tijd schreeuwt om frictieloos contact. Geef me wat ik nodig heb en val me verder niet lastig. Persoonlijke verhalen leiden af en vertragen de boel. Dus ja: graag professioneel. Ik tintel als ik het resultaat van mijn project zie blinken op Instagram.
David: Meen je dat echt? Want zo leer ik je niet kennen. Ik zie alleen je profielfoto en mooie foto’s van je verwezenlijkingen. De echte persoon verdwijnt uit beeld, verstopt achter een avatar. (David krijgt een plotseling inzicht.) Ik zie het. Dank je, Pierre. (Hij toont tien vingers boven zijn hoofd en schuift zijn handen triomfantelijk uit elkaar.) De titel van mijn eerste column: Wil je gezien of bewonderd worden?

