La Minorité Négligable

We zijn dus nog met vijftigduizend.

Althans dat is wat twee demografen zorgvuldig hebben uitgekiend. 55.000 Nederlandstaligen in een stad van meer dan 1 miljoen inwoners.

Het is niet helemaal nauwgezet, de heren vergeten dat veel meer kinderen in het Nederlandstalig onderwijs zitten, die dan thuis onder mekaar meer en meer Nederlands gaan praten, maar aan tafel Arabisch, Tsjetsjeens of Lingala, omdat dit thuis de lingua franca is.

Ze vergeten eveneens de tienduizenden pendelaars die overdag, vooral in de binnenstad en rond de kantoren aan het Noord en het Leopoldskwartier de stad sterk ‘vervlaamsen’. Eveneens vergeten : de passanten uit de provincie tijdens het weekend en ’s avonds én de duizenden schoolgaanden, waaronder vele kotstudenten.

Mijn buurman is Nederlandstalig, getrouwd met een Portugese. Hun kinderen worden opgevoed in het Nederlands, Portugees en Frans (want dat is de taal die beide anderstalige ouders hanteren). Tot welke taalgroep worden die mensen gerekend ?

Bij de andere buren is de man dan weer Franstalig, de vrouw Indonesisch, hun kinderen zitten in de Nederlandstalige crèche.

Allemaal om te zeggen dat Brussel een vrolijke melting pot is en je niet zomaar een Berlijnse Muur kan optrekken tussen de ‘Nederlandstaligen’, de Franstaligen, Engelstaligen, of bij uitbreiding de  andere duizend talen die deze stad letterlijk rijk is. Het verhaal is veel genuanceerder. Het is natuurlijk weer politiek opbod in deze woelige communautaire tijden : door zo’n klein aantal naar voren te schuiven betwist men hun ‘voorrechten’ en wijst meteen naar de ‘discriminatie’ van de veel grotere groep Franstaligen in de rand.

Wat zou het ? Bij de splitsing van het land gaan we véél beter worden gesoigneerd dan nu de Franstaligen in de rand, beloofde Moureaux. Er staan ons nog schone dagen te wachten.

55.000 : dat is te overzien, binnenkort kennen we mekaar allemaal bij voornaam, want de groep gaat nog slinken.

Ik voor mezelf heb daar allemaal geen angst voor : wat zou het ? Ik ben in de eerste plaats Brusselaar, dat is tegen beter weten in nog altijd een plantrekker, een zwanser, een m’en foutist.

We zullen mekaar wel verstaan, de minderheden onder mekaar : desnoods vinden we terug het Brussels uit als lingua franca.

Avec ou sans la Belgieske : Voesj met de Koesj.

Share
  • Thijs

    ‘k had er ook mijn vragen bij. Wat met alle studenten die hier heel de week op kot zetten? En wat met alle “plakkers” die pas na 10 jaar eens hun domiciliëring verzetten (ik ken er persoonlijk een 4-tal)?

    Tja, in Brussel is niets wat het lijkt, maar daar zijn de heren onderzoekers en politiekers zich niet van bewust. In plaats van tellingen en al dat communautaire gehakketak zouden ze zich beter bezig houden met de echte problemen waarmee mensen kampen. Benieuwd welk Brussel we over een paar jaren zullen hebben?

  • Tom

    Die 55 000 is nonsens. Hoeveel van ons lopen er niet rond met een FR identiteitskaart ipv NL?

    170 000 ligt dichter bij de waarheid als je kijkt naar talen die mensen spreken thuis, op school, en op straat.

    32% van de brusselaars spreekt goed nederlands, 34% goed engels, 95% goed frans
    als je bedenkt dat van de nederlandskundigen het merendeel ook frans kan (dat is ook geteld in een studie), terwijl het omgekeerde een stuk minder het geval is, kan je hieruit concluderen dat een grote brok van de 32% die goed nederlands kunnen, eerder “vlaming” zullen zijn dan “franstalige”. maar niet allemaal.

    25% van het lager onderwijs is nederlandstalig, 20% van middelbaar. een deel ervan kan je dan als “vlaming” bestempelen, niet allemaal

    ————
    10% komt uit een eentalig NL gezin, ik vermeod dat de meesten darvan wel als Vlaming bestempeld kunnen worden.

    nog eens 10%komt uit een gemengd NL/FR gezin. Een deel ervan zal je als vlaming kunnen bestempelen (maar ook niet allen)

    45% komt uit eentalig FR gezin, een deel ervan heeft NL onderwijs gehad (vooral als ze jonger dan 30-40 zijn)

    35% komt uit een andere combinatie, zoals Portugees/Frans, Chinees/Chinees, Engels/Engels, Arabisch/Frans, Turks/NL etc..
    Een deel ervan belandt in NL onderwijs, een deel in FR onderwijs
    —————

    Allemaal vage getallen, maar het ligt duidelijk tussen 10 en 32%

    De 10% van de eentalig NL gezinnen zit er wel zeker in, en ik zou zeggen minstens een derde van degenen uit NL/FR gezinnen. Tel daar dan nog enkele percenten bij afkomstig van franstaligen en anderstaligen uit NL onderwijs, en dan is een schatting van “tussen 15 en 20%” wel redelijk zeker.

  • Ik zou het wel eens nuttig vinden dat iemand een overzichtelijke status maakt van de echte demografische evoluties. Ik vermoed dat de groep van autochtone franstalige brusselaars de laatste 10 jaar meer is gedaald, dan de groep van nederlandstaligen en dat de allochtone bevolking eerder administratief dan wel cultureel als franstaligen worden bijgeteld.

  • peter

    Ik vermoed dat de realiteit niet in cijfers te vatten is. Ik merk toch een recent grote influx die nergens geregistreerd wordt. Een nieuwe migratiegolf los van asielzoekers en “gezinshereniging”. Dus zero inburgering en volledig aangewezen op eigen gemeenschappen. Het gaat om mensen die hier permanent verblijven maar noch Nederlands noch Frans spreken.

  • Tja, mijn vriendin is franstalig volgens haar ‘carte de séjour’, en is eigenlijk engelstalig. Engels is de voertaal bij ons thuis.
    Als we nu nog eens van de veronderstelling zouden uitgaan dat we maar één belastingsbrief zouden invullen in het geval we trouwen, dan zou de brief waarschijnlijk in het frans zijn gezien zij gezinshoofd is.
    En zo maak je van een nederlandstalige een franstalige.

    Bij de onderburen is het alleszins gelijkaardig, een inwijkeling die frans kent en met een vrouw uit Dendermonde en dus zeer waarschijnlijk een belastingsbrief in ‘t frans… alweer een zieltje bij!

  • Ik geloof dat 55.000 een slechte schatting is. Men baseerd zich blijkbaar o.a. op de belastingbrieven. Maar in tweetalige families (man FR, vrouw NL of omgekeerd) vraagt men meestal franstalige belastingafgiftes. Op basis van de VUB studie van 2006 kwam ik aan een percentage van ca. 13% Nederlandstaligen, inclusief de helft van de tweetalige families. Die cijfers maken eigenlijk weinig uit : de vraag is eigenlijk of het normaal is dat 1/8e van de bevolking over 1/2 van de Brusselse ministerposten mag beschikken. Dat het nu om 1/5e, 1/8e of een 1/20e heeft weinig belang. Twee zaken lijken mij veel belangrijker : 1. hoe klein een historische minderheid is, hoe meer zij recht heeft op bescherming. 2. die bescherming mag niet uitkomen tot een voorrang op alle andere minder-of meerderheden. Dus : ik ben tegen een 50% ministeriële vertegenwoordiging, MAAR ben voorstander van de plicht voor alle Brusselse ministers om degelijk Nederlands te spreken, EN voor een degelijke tweetaligheid (drietaligheid met Engels) van de diensten. EN de Nederlandstaligen in Brussel moeten dan een vetorecht hebben op alle zaken die cultuur- en taalgebonden zijn. Zolang Brussel de hoofdstad van België is moet Nederlands cultureel aanwezig zijn. Uiteindelijk zou Brusseleir als streektaal moeten erkend worden, met een academie, en waarom niet, een aantal uren cursus in Brusselse klassen.

  • Waren er niet ook nog zo’n 15.000 Nederlanders in Brussel?

  • @malte

    maar die zijn zo fier als een gieter als ze kunnen pronken met hun kennis van het frans 😉
    die mag je dus niet meetellen!

  • Anne

    Het valt me op dat alles wat niet Nederlandstalig is in Brussel altijd automatisch als Franstalig geteld wordt. Het lijkt bijna discriminatie… om aan te sluiten bij eerdere posts: op de Nederlandstalige crèche van de Vlaamse gemeenschap van mijn zoontje in Oudergem zijn de meeste ouders Franstalig, maar die Franstalige peutertjes verstaan de Vlaamse verzorgsters prima, en deze kindertjes worden vast niet als Nederlandstalig meegeteld, of wel?

  • Tom

    @ malte: waren het er geen 5 000?

  • @Tom: Ik dacht altijd er zijn meer Nederlanders dan Duitsers in Brussel, maar volgens officiele statistieken heb je gelijk: 5000 Nederlanders tegenover 7000 Duitsers (http://www.bruxelles.irisnet.be/cmsmedia/fr/atlas_des_quartiers_de_la_population_de_bruxelles_capitale_au_debut_du_21eme_siecle.pdf?uri=43742a960ad3b5eb010ad52842480029).
    Maar er zijn natuurlijk uit alle twee landen veel mensen illegaal hier. In de Europawijk kan je jarenlang werken zonder ooit van belgische administraties geregistreerd te worden.

  • Kirsten

    @Mike

    Als Nederlander in Brussel voel ik me natuurlijk geroepen om hier op te reageren 😉 Ik spreek ook voornamelijk Frans, vooral ook omdat ik ongemakkelijke momenten wil vermijden als mensen geen Nederlands verstaan.. sommigen kunnen zelfs boos worden! Dan toon ik liever mijn goede wil door mijn niet-zo-heel-goede Frans te spreken.

    Beginnen jullie vaak in het Nederlands? (In een winkel/bank/metro etc)

  • Tom

    Dat blijft aanvoelen en afwegen. Als ik in het Frans en het Nederlands begroet wordt, kies ik uiteraard graag voor het Nederlands. In Brussel-stad zal ik het eerder in het Nederlands proberen dan in Elsene of Etterbeek – waardoor ik bv. bij de bakkersvrouw op Jourdan ‘s zondags jarenlang broodjes besteld hebt in het Frans, terwijl ze perfect tweetalig is. Vaak vraag ik of de winkelbediende Nederlands spreekt en hangt het van het niveau van zijn talenkennis af welke taal er gesproken wordt. Ik kies in ieder geval voor pragmatisme en meertaligheid in plaats van een principiële Vlaamse houding. Al apprecieer ik het wel dat ik in mijn eigen taal terecht kan.

  • Ik zeg inderdaad in winkels altijd goedendag in het nederlands. Ik blijf niet onnodig nederlands spreken uit principe. Maar het zou toch maar al te gek zijn dat ik als klant mij uitdruk in een vreemde taal terwijl de leverancier mijn taal spreekt.
    En dat zijn situaties die ik meermaals heb gezien.

    En dat van dat boos worden… tsja, maak ik ook meer en meer mee. De media doen toch geregeld hun best om franstaligen tegen nederlandstaligen op te hitsen.

  • peter

    In hoedanigheid van klant spreek ik in principe NL. Hoe lang ik dit vol houd, hangt inderdaad af van de omstandigheden. Bij een bakker of kleine middenstander durf ik al te switchen. Maar bij grote ketens wil ik in het NL bediend worden. Zij hebben de middelen om tweetaligen aan te werven en als er geen vraag naar NL is, verdwijnt het automatisch. Dit heeft wel als gevolg dat ik dikwijls moet wachten tot de NL-kundige van dienst beschikbaar is. Bij overheden geldt dit zeker. Het gewest, de gemeenten, de agentschappen : tweetaligheid is soms ver te zoeken.

    Waar ik helemaal een probleem mee heb is de influx van Fransen in de bedrijven. Die hebben doodleuk de houding : “Je suis Français, donc je comprends pas…”
    Ik heb dat zo meegemaakt in de Fortisbank (nog voor de overname door BNP). Lang staan aanschuiven aan een loket. Eénmaal aan de beurt blijkt de Française forfait te geven. Het moest dus in het Frans, ofwel mocht ik opnieuw gaan aanschuiven aan een ander loket.

    Meermaals meegemaakt dat als je NL spreekt in een winkel of aan de kassa en je zegt goedendag of dank u, dat alle dialoog of vriendelijkheid dan gewoon stopt alsof je het niet waard meer ben. Ook meegemaakt in een slagerij van de Renmans keten : beurt afgewacht en als het eindelijk aan mij is bestel ik 200gr préparé. De verkoopster in kwestie bekijkt mij niet meer, doet haar plastic handschoentjes uit zegt tegen een kollega zij die flamand maar moet doen. Zelf haast ze zich weg naar de kamer erachter. Dan sta je daar mooi voor joker, alsof je de vrouw in kwestie zwaar beledigd hebt. Alle andere wachtenden bekijken je omdat jij één van de 2 verkoopsters weggejaagd hebt en de bediening dus gehalveerd is.

    Nu kan ik begrijpen dat als je een taal niet meester bent, dat je dan onwenning bent. Maar dat is toch geen reden om de bediening en de beleefdheid overboord te gooien.

    Ik moet lachen als ik de Franstalige politici hoor spreken over respect van de Vlamingen tegenover hen. Zij hebben het blijkbaar nog altijd niet begrepen.

    Het verwijzen naar het numerieke overwicht van de Franstaligen in Brussel (en dat nog wat aandikken) is blijkbaar een argument om het NL gewoon te negeren.

  • Bart

    Herkenbaar verhaal. Ik werk in een Franse firma. Je werkt daar met een tros Vlamingen en toch kostte me het meer dan een jaar bij sommigen om het door te hebben, we hebben ons immers allemaal moeten aanpassen, geen haar die op een Francais zijn hoofd er aan denkt om zich te verlagen tot de taal van het Belgische plebs.

    Overigens is dat probleem nogal eigen aan de Franstaligen (maar nogmaals, vooral Fransen) dankzij hun hele cultuur, zoals de dubbing op televisie. Die mensen spreken ook amper tot geen Engels. Jammer genoeg voor hen moeten ze dat wel vaak in firma’s, met alle gevolgen van dien. Echte Fransen horen Engels praten is hilarisch.

    Leg dat bijvoorbeeld naast een Hollander. Die zal in Brussel zelf spontaan in heel krakkemikkelig Frans beginnen en er allemaal vaak mee kunnen lachen. Als ze het niet begrijpen wijzen ze nog eerder dan dat ze blijven vasthouden in het Neejderlandsj bediend te worden. Dus het is meer een mentaliteitsprobleem dan een taalprobleem ook.

  • tommy1975

    Vorige week tijdens een weekendje Chimay werden we overal bediend en geholpen in het nederlands. Bij de bakker, supermarkt en op de terrasjes.

    Ik vond het eigenlijk een beetje hallucinant, want als Brusselaar begin je inderdaad soms te denken dat een belangrijke groep franstaligen ergens een stukje taal-DNA mist.

    (Patsy in AbFab tegen een negerende winkeldame in de Gucci-store: ‘You’re just working in a shop, you know’)

  • Terechte opmerking van tommy1975, en je hoeft niet eens zo ver te gaan. In Waterloo word ik geregeld in het nederlands geholpen. ‘t Gaat dus inderdaad niet over een stukje taal-DNA.

  • Pingback: Brusselblogt » Blog Archive » 2010: een terugblik()