Toeristenvallen en andere hinderlagen

Ze stelde voor om mosselen te gaan eten in de rue des Bouchers. Ik liet voorzichtig uitschijnen dat dat misschien geen goed idee was. Je wordt er op een agressieve manier aangeklampt en binnengelokt, de kwaliteit van het eten laat te wensen over, geen Brusselaar die daar zijn voeten onder de tafel schuift. Kortom, een toeristenval pur sang. Haar enthousiasme als Brussel-bezoekster was echter ongebroken. En waarom zou ik de horeca daar geen eerlijke kans geven in plaats van op vooroordelen af te gaan? Wij erheen.

Chez Léon zat afgeladen vol, Aux Armes de Bruxelles bleek nogal duur, dus we stapten binnen in een willekeurig restaurantje om de hoek in de Korte Beenhouwersstraat: Le Calalou. Een driegangenmenu voor 15 euro plus gratis aperitiefje, we zouden er niet arm van worden. De andere gasten in het etablissement: een Italiaans gezinnetje, twee Russische vriendinnen, een Chinees gezelschap.

Het aperitief bleek inderdaad waardeloos te zijn: licht alcoholisch, zoet, rood, niet lekker. De wijn was schandalig duur, zodat we voor water en frisdrank kozen. Het voorgerecht: vier schrale, ongepelde scampi met een waterachtig looksausje. De met selder en prei gekookte mosselen waren eetbaar, maar de portie was wel erg klein. Ze werden geserveerd met kleine, dunne, smakeloze diepvriesfrietjes. Voor een plastic vingerhoedpotje ketchup en mayonaise moest je bijbetalen. Het dessert maakte niets goed: een vreemde flantaart met een vies bijsmaakje. Alles was zonder liefde en kennis van zaken klaargemaakt. Je werd er wel snel bediend, zodat de volgende slachtoffers je plaats konden innemen.

De bediening was trouwens niet bijzonder vriendelijk. Naast ons deed de Italiaanse vrouw haar beklag over de schotel die voor fondue moest doorgaan. Ze kreeg te horen dat haar Frans niet goed genoeg was om te weten wat ze had besteld en werd afgewimpeld. Gevolg: drie mokkende, diep teleurgestelde gezichten aan tafel. Een beklijvend beeld.

Bij het verlaten van de zaak nam ik me voor er nooit meer terug te keren, maar toen ik een half uurtje later constateerde dat ik er mijn schoudertas had laten liggen, snelde ik er spoorslags heen. Het personeel was zo goedhartig geweest mijn tas opzij te leggen en ik verliet opgelucht het restaurant. Eind goed, al goed.

Brussel biedt wel meer kansen op ontgoochelingen. Wat staat er op jullie persoonlijke don’t-lijstje? Welke plaatsen, bezienswaardigheden, etablissementen, musea… zijn absoluut af te raden en te mijden?

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.