Boon in Brussel

Louis-Paul Boon en Brussel, het is geen evidente combinatie. Maar er zijn verbanden tussen de Aalsterse schrijver, die exact veertig jaar geleden overleden is, en de hoofdstad.

Boon gaf zijn eerste boeken uit bij uitgeverij Manteau, gevestigd in de Nerviërs­laan, naast het Jubelpark, en hij werkte van juli 1945 tot september 1947 op de redactie van het communistische blad ‘De Roode Vaan’ in de Hopstraat. Zijn in 1999 verfilmde roman ‘Vergeten straat’ heeft een sterke Brusselse fundering.

‘Vergeten straat’ uit 1946 is het derde werk van Boon, na ‘De voorstad groeit’ en ‘Abel Gholaerts’. Het is het verhaal van een anarchistische utopie. Een doodlopende straat wordt afgesloten voor werken aan een nieuwe spoorlijn dwars door de stad. Aanvankelijk blijven de bewoners ontredderd achter, totdat zij de kans zien die deze absurde situatie hen biedt. Tot elkaar veroordeeld slaan ze de handen in elkaar en besluiten ze zonder enige vorm van gezag met en naast elkaar te leven. De ernstige ziekte van twee van de bewoners dwingt hen uiteindelijk contact te maken met de buitenwereld. De utopie gaat ten onder. Boon toont zich, net als in ‘Mijn kleine oorlog’, als de schrijver die de mensen een geweten wil schoppen en zich achteraf vertwijfeld afvraagt wat het alles voor zin heeft.

De inspiratie voor ‘Vergeten straat’ haalde Boon bij de Vertinnersgang, een doodlopend straatje met honderd bewoners in de buurt van de Nieuwstraat. Hij leerde de omgeving kennen tijdens stadswandelingen met de bevriende schilder Maurice Roggeman, die in de Marollen woonde. Boon verwerkte in zijn roman ook de realisatie van de Noord-Zuidverbinding (1904-1952), die in het stadsgedeelte gelegen tussen de boven- en benedenstad grootse onteigeningen en afbraakwerken met zich meebracht. Dat project ging uit van een onwrikbaar geloof in de vooruitgang, dat Boon in zijn oeuvre meer dan eens hekelt.

Boon schreef voor ‘De Roode Vaan’ ook reportages over Brussel, gebundeld in ‘Brussel, een oerwoud’. Hij schildert hierin het leven van het naoorlogse Brussel en zijn kleurrijke inwoners. Achter de imponerende façade van de grootstad ontwaart hij het verval en de armoede. Journalist Filip Rogiers volgde zeven jaren terug de voetsporen van Boon in een mooie reeks voor toen nog Brusselnieuws.”De stad voedde zijn kritisch, weifelend wereldbeeld”, zegt hij daarin.

Boon maakte, samen met Jan Walravens en Hugo Claus, deel uit van de redactie van het literaire blad ‘Tijd en Mens’, dat van 1949 tot 1955 verscheen. De vergaderingen vonden plaats in het artistieke volkscafé ‘Het Goudblommeke in Papier’.

Boon blijft actueel. Getuige daarvan: Pascal Verbeken begint zijn gloednieuwe boek ‘Brutopa’ met een citaat uit ‘Brussel, een oerwoud’: “Gij die gezien hebt dat Brussel, België, Europa, DE WERELD een oerwoud is, gij peinst dat het DE NIEUWE WERELD is die afkomt.”

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.