Littekens van huizen en bouwwerken

Er lopen vandaag in Brussel twee tentoonstellingen over het werk van fotograaf Paul D’Haese. Mattie Billen van de blog Pierewit ging kijken in Contretype en Hangar en was onder de indruk. “Hoe lelijk, oud en vervallen de huizen, koterijen, muren, asfaltstroken of parkeerplaatsen ook zijn, het levert schitterende, soms zelfs ontroerende, beelden op.”

© Paul D’Haese, série Belgopolis, VI2013, 90 x 106 cm 2016

Ik hou veel van fotografie. Ik kijk graag in fotoboeken. De mijne hebben voornamelijk de mens als centraal onderwerp. Portretfotografie, boeken als ‘Brussel intiem’ (mensen die zich met al hun huisgenoten in hun interieur in een Brusselse woning lieten vereeuwigen), de stad met haar bewoners (Amsterdam en Parijs van Ed Van der Elsken), de mooie thematische boeken van Lieve Blancquaert, de erg geënsceneerde producties van Leni Riefenstahl, de estethisch uitgepuurde foto’s van Robert Mapplethorpe, zelfs Leopold III kan me als fotograaf charmeren en ook wel foto’s van concerten – bijvoorbeeld in Paradiso – of van mensen met hun huisdier. Eerder anekdotische foto’s, beelden waar je een verhaaltje rond kan brouwen door de situatie die je afleest.

Uitzonderlijk heb ik enkele boeken over interieurs waar geen mensen in te zien zijn, maar waar je vanzelfsprekend de mensen in kan waarnemen via hun creaties, hun inrichting, de sporen van maaltijden of rommel en vuiligheid, zichtbare armoede, de lompe tv in het midden van de kamer, het met een morsige sprei gedekte bed. Boeken of tijdschriften over (binnenhuis)architectuur waar alles onder controle is en proper en netjes gepresenteerd omdat de nadruk ligt op het concept van de architect die zich wil verkopen kunnen me eveneens bekoren.

© Paul D’Haese

Gisteren bezocht ik twee tentoonstellingen met foto’s van Paul D’Haese (1958°). Ik kende het werk van deze fotograaf niet. Maar wat een ontdekking! Ik raakte niet uitgekeken op de haarscherpe beelden van desolate landschappen en/of afgeleefde gebouwen, braakliggende terreinen of bruggen. Ik denk dat de fotograaf urenlang op zoek gaat naar de locaties en ernaar terugkeert om een juiste lichtinval en toevallige ‘passanten’ (een kat, een vrachtwagen, een caravan) in de cadrage te krijgen, met behulp van een technische camera waarmee hij alles uitgemeten vat. De compositie lijkt wiskundig berekend, soms is er net geen symmetrie en àltijd is er een prachtig spel van lijnen en vlakken en terugkerende vormen in sombere doch meestal warme kleuren. Vaak in combinatie met bomen, struiken, pilaren, kabels.

Hoe lelijk, oud en vervallen de huizen, koterijen, muren, asfaltstroken of parkeerplaatsen ook zijn en hoe ‘bric-à-brac’ de voorwerpen die zich erbij bevinden – schotelantennes, keien, dranghekken, kasseien, balkjes, afdekmatten, verkeersborden, elektriciteitskasten, vuilbakken – het levert schitterende, soms zelfs ontroerende, beelden op. De tijd laat zich lezen in de letterlijke littekens van huizen en bouwwerken die in diverse perioden bij elkaar gebracht werden. Het zijn tekens van afbraak en restauratie, leegtes die een verleden suggereren, vlekken die wijzen op herstel en slijtage en opnieuw herstel.

© Paul D’Haese

Bouwsels leunen tegen elkaar aan, ze staan vloekend en onlosmakelijk van elkaar in wat een eeuwigheid lijkt. Diverse grijzen in een strak lijnenspel van fabrieksmuren met schaduwpartijen vormen een contrast met een crème-fraîchelucht van witte wolken die uit de trapeziumvormige uitsnijding op de foto van deze hal opstijgen; op de binnenplaats liggen grote bij elkaar gebonden buizen en twee enorme industriële voorwerpen die ik niet kan duiden.

Sowieso zijn de foto’s heel fascinerend en opwindend doordat ze je fantasie prikkelen. Een reeks bleke garagepoorten staan repetitief te wezen met het accent op één donkerbruine poort. Elders staan betonnen wanden afgebiesd met prikkeldraad dominant in het beeld, op de hoeken enkele staalharde metalen muurankers. Op een verlaten binnenkoertje omzoomd door hoge witte muren staat het karkas van wat ooit een schommel was; op de wand achter dit staketsel zie je de schaduw van een reeks kale boomkruinen waarvan de (schaduw)stammen over de grond naar je toe kruipen. Op de dwarse witte wand is er een schuinaflopende schaduw van een leuning die zich boven op het dak bevindt van het gebouw dat je slechts héél fragmentarisch ziet. Op een andere foto met enkele kleine arbeidershuisjes die solidair driehoekig omhoog pieken in diverse kleuren en materialen, prijken scheuren in de muren haast vertederend naast ronde raampjes van hoop.

Industriële rommel krijgt op de foto’s van Paul D’Haese een dimensie van schoonheid door het haast abstracte ervan: een toren van autobanden, een stapel houtwerk met ergens bovenop een oude boot. Ik zou eindeloos kunnen doorgaan met het trachten te beschrijven van wat ik zag. Ik zag twee tentoonstellingen achtereen, ze zijn heel verschillend maar ik beschouw ze hier als één geheel van zeer herkenbaar werk van een interessante fotograaf. Ik ben enthousiast. Paul D’Haese heeft een nieuwe volger.

© Paul D’Haese

Paul D’Haese

Winks of Tangency (Contretype, Fontainashof 4, 1060 Brussel)
16/9 – 8/11/2020

Borderline (Hangar, Photo Art Center, Kasteleinsplein 18, 1050 Brussel)
5/9 – 24/10/2020

Mattie Billen schreef deze tekst voor de blog Pierewit.

Share