Smaragd en melanine in de Koningsstraat

Het derde stilleven heb ik uiteindelijk gekozen in het Warandepark. Het derde stilleven is een geval apart gebleken. Het is het enige stilleven waarvan het onderwerp absoluut deel moest uitmaken van deze reeks.

(c) Thomas Dieleman

Afval. Je hebt het in alle vormen en formaten en kleuren en je hoeft er in Brussel nooit ver voor te lopen. Het is werkelijk overal.

Tegelijkertijd zie ik ook steeds meer verschillende soorten vuilzakken. De transparante zakken komen in tal van frisse kleuren: (van licht naar donker) witte, gele, roze, oranje, groene, blauwe en bruine. Zij kunnen gestrikt worden met linten die je ook hebt in alle kleuren van de regenboog.

Mijn lievelingscombi is de blauwe zak met de gele strik. Of nee, wacht! Blauw-geel krijgt zilver maar het goud gaat naar geel-geel: een kunstwerk dat ik ben tegengekomen bij valavond achter de Begijnhofkerk. Een citroenkleurige vuilniszak dichtgeknoopt met een eigeel lint. Toon op toon. Ik wilde de zak aanraken en de strikknoop ontwarren. De kennis dat een werknemer tijdens het maken van de zakken én op de knop geel heeft gedrukt voor de zak én op de knop geel voor het lint is onverwacht en verrassend. Frisse wind. Een raampje in mijn hoofd gaat open.

Daarnaast zijn er vuilzakken die niet toelaten dat je er de inhoud van kan bekijken: erwtgroene, appelblauwzeegroene, gele en blauwe. Wordt er tegenwoordig gesorteerd op kleur? Deze laatste zijn groter maar hebben het nadeel dat je ze niet kan dichtstrikken. Om ze te kunnen sluiten moet je het bovengedeelte in een rechte lijn trekken waarna je de uiteindes in elkaar kunt knopen.

Welk stilleven kies je uit zo’n uitzonderlijk groot aanbod?

De keuze is uiteindelijk gevallen tijdens een lange wandeling op een zaterdag. Samen met Henry en Spikey loop ik van het voorplein van de Sint-Katelijnekerk naar de Vismarkt. Het vuil van gisterenavond is al opgekuist door de schoonmaakploegen van de Stad Brussel. Zoals het personeel van Downton Abbey maken zij de stad Brussel als hun landhuis proper. Voor dag en dauw wordt er gekuist, geschrobd, gestofzuigd en gelapt, zodat de inwoners hun dag in alle sereniteit kunnen beginnen.

Ik duw op het knopje om de lift te vragen op de Vismarkt. Spikey duwt ongeduldig met zijn pootje tegen het glas en het ijzer. Ik begrijp niet waarom maar hij is dol op de metro.

Als ik vóór de schoonmaakploeg op pad ben, zie ik vaak gescheurde vuilniszakken (misschien is er een dronkenlap over gestruikeld of werd de zak opengebeten door een zwerfhond of een hongerige kat) waarvan de inhoud me dan geruime tijd de weg wijst.

We stappen de metro in, een ruimtereis naar de jaren 70 die de kleuren van het metrostel hebben uitgevonden: oranje, bruin en geel en elk van deze kleuren heeft iets in zich van de twee andere kleuren. Net een warm deken. Spikey gaat gehoorzaam in een hoek van het gangpad zitten.

Bij de halte Park stappen we uit. We lopen de vele trappen op. Het is er heerlijk rustig. De muren zijn communistisch leeg en rustgevend. Na nog twee trappengangen zijn we er. Via een zij-ingang aan de Koningstraat stappen we het park binnen. Het Warandepark: de oudste leverancier van de kleur groen van de hoofdstad.

We zijn nog maar net binnen en ik weet dat de eerste vuilnisbak die we tegenkomen het stilleven is waar ik naar op zoek was. Er staat een dichtgeknepen blikje Jupiler op. Bull’s eye. En het deurtje staat open. Ik neem een foto. Ik kan niet geloven dat ik het gevonden heb. Het grootste werk is achter de rug.

Via de grote fontein stappen we zuidwaarts de dreef af die de weg wijst naar het Justitiepaleis.

Ik haal diep adem en ik zie jadegroen, lindegroen, mintgroen, pistachegroen, appelgroen, limoengroen, grasgroen, sparrengroen, dennengroen en mosgroen. Ik adem uit.

Het heilige gras van het park, de dreven, lanen en paadjes liggen bezaaid met troep. Hier geen strawberries en cream, maar halfvolle tetrapakken en chocoladewikkels. Joggen op eigen risico.

Spikey holt van rechts naar links, de berm op, de berm af, als klotsend water in een glijbaan.

De Belgische vlag hangt boven het Koninklijk Paleis en ik vraag me af of de koning dan werkelijk thuis is.

Rond de vuilnisbakken in het park ligt er ongelooflijk veel troep alsof de vuilnisbak zijn waren uitstalt zoals de verkopers doen op het Vossenplein. De vuilnisbak nodigt mensen uit om hun blikje er van zo ver mogelijk in te schieten.

Terug bij het Parlement hoor ik geritsel in de hulstblaadjes. Een kraai checkt zijn vleugels en zet dan af. Hij ziet het donkergroen van de hulst. Na een paar slagen draait hij zich om en ziet hij het donker hulstgroen zich mengen met het groen van de blaadjes van de eiken, de linden en de beuken.

De kraai bereikt het Paleizenplein en ziet aan de andere kant van het raam Koning Filip. Met een glas champagne. De vogel draait zich nog een laatst keer om. Het groen van het park vermengt zich nu met het grijs van de omliggende straten tot een werkelijk adembenemend terre verte: grijsgroen.

We beslissen om niet met de metro huiswaarts te keren.

Het smaragdgroen springt tevoorschijn. We steken de straat over.

Thomas Dielman schildert Brusselse stillevens. Ze hebben volgens de kunstenaar, die aan Sint-Katelijne woont, geen enkel doel buiten het feit dat een mooie compositie rust en troost kan bieden. Ze kunnen je even verwarmen en je eraan herinneren dat schoonheid overal te vinden is

Share