Rebellen met een boodschap

In ‘Dissident’ laat theatermaker Lara Staal vijf Vlaamse jongeren aan het woord, die op school bekend staan als probleemgeval. Ze tonen op het podium hun rebelse, anarchistische kantje, maar ze vertellen ook pertinente zaken over het falen van het onderwijssysteem. Met aanstekelijke branie doceren ze twaalf lessen over het onderwijs. Zoals: “Weg met zogenaamd objectieve meetstandaarden zoals de PISA-test!” Zaterdag komt de NTGent-voorstelling naar het Kaaitheater.

(c) NTGent – Michiel Devijver

Haroun Couvreur, Seppe Jacobs, Siham Lamrini, Isaac Van Weyenberg en Eliaz Bello Medrano zijn geen professionele acteurs. Lara Staal, een Nederlandse kunstenaar-curator, onderzoeker en schrijver, plukte ze van de schoolbanken om over hun schoolervaringen te reflecteren. Wat ze gemeen hebben, is dat hun schoolcarrière niet van een leien dakje liep. Ze werden stuk voor stuk schoolmoe en botsten met de opgelegde discipline, de ongelijke machtsverhoudingen en een saai curriculum waarvan ze de zin niet in zagen. Doetjes zijn het niet – ze leven zich op het podium uit als ze met stoelen mogen gooien en de snoepautomaat plunderen onder de muzikale begeleiding van beatboxer en performer Serdi Faki Alici- maar zoals een onderwijsexpert in een videoboodschap zegt: scholieren die uit de boot vallen, zijn de kanaries in de koolmijn. Ze tonen aan wat er fout loopt in het systeem.

De jongeren die hun broek versleten op school, geven nu zelf les. Symbolisch nemen ze in het begin hun masker af om zich te tonen zoals ze zijn. In navolging van hun leerkrachten vragen ze aan de toeschouwers om hun gsm af te geven, waartoe maar weinigen bereid zijn. Om beurten delen de zes hun ervaringen en standpunten. Een van hen noteert op een bord kernwoorden van de geleerde lessen. De voorstelling krijgt meer diepgang door de videogetuigenissen van ouders en leerkrachten, die een ander perspectief tonen. De jongeren hebben bijvoorbeeld bijlange niet altijd een optimale thuissituatie of worstelen met psychische problemen. Ook alternatieve schoolvormen als Steiner bieden niet altijd soelaas.

Enkele pijnpunten van het onderwijs volgens Haroun en co: de jongeren hebben geen inspraak in het leerprogramma, dat volledig bepaald wordt door – vaak verouderde – leerplannen en eindtermen, het lerarenkorps en de schoolcultuur zijn geen afspiegeling van onze hyperdiverse samenleving, de nadruk ligt te veel op individueel presteren, er is te weinig oog voor de psychosociale en mentale ontwikkeling van jongeren, de verhouding tussen leraar en leerling is nodeloos ongelijkwaardig, de hiërarchische indeling van schoolniveaus vergiftigt de samenleving.

Persoonlijke ervaringen versterken het pleidooi. Hoe erg is het om als jongere te horen dat je niets kunt omdat je ‘maar’ in het BSO zit of bent blijven zitten? Waarom schaffen we vernederende straffen niet af? Is het niet dringend tijd om meer aandacht te hebben voor perspectieven van buiten Europa, ook om kinderen met een andere culturele achtergrond meer eigenwaarde te geven? Moeten leerkrachten ook niet beoordeeld worden door hun leerlingen?

De leerkracht als boeman? Nee, de jongeren hebben weliswaar ervaring met uitgebluste vastbenoemde en weinig respectvolle leraars, maar hebben ook inspirerende voorbeelden gehad. De leraar is zelf een slachtoffer van het systeem en verdient meer maatschappelijk respect. Of zoals Elias het ietwat schuchter poneert: “De leerkracht moet beter betaald worden, vaker geraadpleegd worden door de politiek, meer spreektijd krijgen in de media en stijgen in het aanzien van de samenleving.”

Soms heb je het gevoel dat de jongeren te veel het ideologische betoog van de makers nazeggen. Onderwijs wordt volgens Staal door huidig Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts te veel in economische termen bekeken, als voorbereiding op de arbeidsmarkt en de plaats in het kapitalistisch systeem, terwijl de school een vrijplaats voor zelfontplooiing zou moeten zijn. Sommige voorstellen klinken naïef, zoals leerlingen 60% van het leerprogramma laten bepalen. Wat blijft er dan nog over van gedeelde kennis binnen de maatschappij? Moet de school jongeren ook niet hun eigen leefwereld laten overstijgen en soms lastige inspanningen laten leveren, die bijdragen tot hun vorming als mens? Streven naar vrijheid en gelijkwaardigheid is lovenswaardig, maar het gezamenlijke leerproces is ook gebaat bij afspraken en structuur. De leraar is niet de vriend van de leerling, maar de coach en mentor. De kritiek op het systeem mag ook niet doen vergeten dat er veel goeds gebeurt op het terrein en dat heel wat mensen hun stinkende best doen.

De voorstelling wakkert de discussie over het onderwijs aan, vanuit het intrigerende perspectief van de drop-outs. Boeiende nagesprekken zijn gegarandeerd, omdat het thema ons allemaal aangaat. Het spel van de jongeren is energiek en doorleefd en de voorstelling verveelt daardoor geen seconde. Ook al brengen ze niet al hun principes in de praktijk – 50% van de lessen zou voortaan buiten plaats moeten vinden – hun boodschap is aangekomen.

Dissident ging op 12 november in première in NTGent en is op 27 november te zien in het Kaaitheater.

Share

AboutTom

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie zes jaar in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid en is journalist in bijberoep.