Als een verrassingsfeest schuift het verleden zich over het heden

Ik zet Netflix uit. Het weekend zit hoekig in mijn hoofd. Ik herinner me een loopton, na wafels met boter en witte suiker, in een verouderde speeltuin waarvan de houten latten niet meer mooi aansloten op elkaar en sommige platte kopspijkers steeds zichtbaarder werden. Om in evenwicht te blijven moest je blijven lopen. Om niet finaal over de kop te gaan ook. In de begingeneriek strik ik de veters van mijn Nike Airs die er steeds mooier geblutst en gerimpeld uitzien.

Scharlaken en kalkwit Klimtservies op het Vossenplein (c) Thomas Dielman

Op het einde van de Melsensstraat gaan we naar rechts de Zwarte Lievevrouwstraat in. Voor de ingang van de Chinese supermarkt wachten Spikey en ik op het groene licht. We steken over en via de Paul Devauxstraat lopen we naar het Beursplein, deel van de vernieuwde Anspachlaan. Sinds het wonderbaarlijke autovrij maken van de centrale lanen is het er echter gevaarlijker en minder overzichtelijk geworden. Door het bannen van auto’s en vrachtwagens van de autosnelweg in het centrum van de stad werd er ruimte gecreëerd voor fietskoeriers en elektrische steps die het als razende insecten op je enkels gemunt hebben. Welke problemen zouden er opduiken als ook die transportmiddelen worden verboden?

Ik hou even halt en ik kijk terug. Mijn overbuurvrouw Irène die al meer dan 10 jaar overleden is loopt naast me en neemt me als vanouds op van top tot teen, ongegeneerd, alsof ze me gekocht heeft en twijfelt of ze me zal terugzetten. Haar agressieve blik laat van lieverlee los, ze merkt dat ze niet alleen is. Kom maar op met je beginvraag, gebaart ze. Haar monoloog zit klaar ongeacht wat ik haar vraag. De versie van mijn overbuurvrouw die naast me loopt is niet de laatste versie die ik van haar gezien heb maar van een paar decennia eerder, toen ze nog broeken droeg en met zichzelf kon lachen. Welke vraag dan ook. Vandaag knik ik en ik kijk haar zacht aan. Ik stap de tribune af en loop via het podium naar buiten. Deze show heb ik al gezien, gehoord en gevoeld. Op het podium ziet ze er kleiner uit.

Alsof het zo moest zijn staat Johan me op te wachten in mijn hoofd. Zijn rode haar is nog steeds aangevreten door de zomer. Samen lopen we de Violetstraat in. Johan zoekt steun door het kommetje van zijn rechterhand vast te klikken op mijn linkerelleboog. We hebben elkaar niet meer gezien sinds de lagere school. Om de verloren tijd in te halen vertelt Johan honderduit. Hij heeft 2 kinderen en een ex-vrouw. De weemoed vlamt uit zijn diepliggende puppy-ogen. Het beste deel van zijn leven ligt achter hem. Hij kijkt me aan en zegt ‘het leven doet me niet zoveel’. Zijn ogen vullen zich met tranen die al een hele tijd klaarzaten. Opgelucht kijkt hij voor zich uit. Aan de Tour Blaton scheiden onze wegen. Hij sluit aan in de aanzienlijke rij die zich gevormd heeft voor het frituur aan de Kapellekerk. Ik weet dat hij me mist. De olie ruikt oud.

Over de laatste versie van de Marollen lopen er vandaag zeer veel mensen. De laatste versie is niet de mooiste. Wat moet het 100 jaar geleden mooi geweest zijn zonder de schreeuwerige reclames van Lidl en van Delhaize en voor websites waar je anoniem kan gokken en voor parfums uitgekozen door Amerikaanse actrices die steeds wittere tanden blootlachen. Toen er nog voornamelijk kloosters waren en er tafellakens werden gehaakt. En daarvoor toen de Hollanders het hier voor het zeggen hadden et les Français en Keizer Jozef II en de Spanjaarden, toen stond er al een kerk aan het einde van de Hoogstraat en reed er een ruiter van Obbrussel richting de Beurs die nog gebouwd moest worden en postduiven die meer positieve tevredenheidsenquêtes konden voorleggen dan Bpost en jachthonden en de geur van spruiten. Er vliegt een alexanderparkiet hoog boven me.

Ruïne op ruïne op ruïne. Zonder al die lagen was stilleven 12 er echter niet geweest. Terwijl het Vossenplein letterlijk vol ligt met de huisraad van duizenden families zie ik 6 kopjes, een suikerpot, een melkpot en een koffie- of theepot met de afbeelding van Medea en haar slang, geschilderd door Klimt in de etalage van een antiekwinkel die zich gevestigd heeft in de gebouwen van de voormalige brandweerkazerne. Als er geen glas stond tussen ons en het servies was Spikey nu de kopjes aan het vullen.

Vanachter mijn reflectie komt Irène tevoorschijn. Ze zet een pas naar rechts en geeft me een hand. Met haar rechterhand zet ze zich vast aan mijn onderarm. Ze heeft haar nagels vuurrood gelakt met een uit de mode geraakte oranje ondertoon. Ook Johan staat achter me. Hij zet een stap naar links en geeft me een hand. Hij doet me nog steeds denken aan Boris Becker. Naast mijn overbuurvrouw komt tante Gerri staan. Ze geeft een teken dat ze iets te vertellen heeft. Volgens mij heeft ze aan de nagellak van Irène gezeten. Naast Johan komt nonkel Pieter staan. Tante Gerri knipoogt en naast haar komt Karel staan, een beetje tegen zijn zin. Enzovoort. Er zijn niet genoeg kopjes voor iedereen.

De reflectie in het etalageraam lijkt op de affiche voor een film over verschillende generaties van een disfunctionele familie waarvan iedereen toevallig uitgerekend op dit vlakke land is geboren.

Als een verrassingsfeest schuift het verleden zich over het heden en wel op zo’n manier dat ik voor het eerst sinds lang een glimp opvang van wat de toekomst zou kunnen zijn.

Thomas Dielman schildert Brusselse stillevens. Ze hebben volgens de kunstenaar, die aan Sint-Katelijne woont, geen enkel doel buiten het feit dat een mooie compositie rust en troost kan bieden. Ze kunnen je even verwarmen en je eraan herinneren dat schoonheid overal te vinden is.

Share