Het schilderij is je medestander

Tijdens het schrijven aan de biografie over het prille leven van stilleven 14 denk ik plots aan het hoeveschilderijtje van mijn overbuurvrouw Irène. Het stond meestal op de houten plank boven het doorgeefluik tussen haar keuken en de eetkamer. Van al haar schilderijen behandelde ze dit schilderij met de minste eerbied. Het schilderijtje van 30 op 35 cm (met een dikte van nog geen halve centimeter!) had geen vaste hangplaats en geen vergulde lijst. Na de wekelijkse kuisdag (donderdag) kon je het steeds vinden op een ander deel van de plank. Het was een deel van haar keuken, al stond het in de eetkamer. Het boerderijtje in Vlaamse kleuren oversteeg de som van het hout, het doek en de verf en had een verrassende vriendschap gesloten met het houten kruisje dat even verder hing aan een nageltje naast de eetkamerdeur. Achter het kruisje had ze een palmtakje geschoven.

Stilleven 14: Wilde suikerspin rozen en absint blaadjes in de Kruidtuin (c) Thomas Dielman

Wat zou stilleven 14 later willen worden? Zou het de rol kunnen vervullen van amulet (tegen negatieve krachten), van talisman (aantrekken van positieve krachten) of van icoon (zicht op het volgende leven), of zouden mensen het in huis halen ter vervanging van hun staatsieportret van Boudewijn en Fabiola of van het alziend oog? Wat kan een schilderij vandaag nog betekenen in een huishouden nu we werkelijk overspoeld worden door beelden, genre tsunami, genre indigestie.

Net als Irène hou ik ervan dat een schilderij mee deel uitmaakt van het huishouden als een onontbeerlijk deel van het basispakket. Tafel, bed, flatscreen en een schilderij. Met dit verschil dat er van jouw schilderij maar 1 bestaat in de hele wereld en dat het schilderij jou heeft uitgezocht om zijn vensters open te slaan. Dit betekent dat het net als andere voorwerpen al eens valt of vuil wordt en dat het meedeint op de golven die de familie moet trotseren. Net zoals de eigenaar dikker wordt, zet het hout van de spieramen uit ten gevolge van hitte en vochtigheid en krijgt het schilderij een opgezwollen gevoel. Jij leeft, je schilderij leeft ook. Jij naar de dokter, het schilderij naar de schilder voor enkele retouches. Jij wordt wijzer, je schilderij was altijd al wijs.

Soms word ik plots aangenaam bevangen door enkele zinnen uit het laatste boek dat ik heb gelezen (Wat wij zagen van Hanna Bervoets), vermengd met bijvoorbeeld het beeld van de zwart-wit filmposter met Sophia Loren en Marcello Mastroianni, een herinnering aan een gesprek uit 1 mond, een Zuid-Frans Van Gogh-landschap, de geur van Habit Rouge en een eerder op de dag ontvangen danku en dat maakt me kinderlijk gelukkig. Deze zinnen, beelden, sferen en impressies dwarrelen dan heerlijk rond in mijn lijf als herfstbladeren in een windhoosje, maar zo snel het allemaal opkomt, zo snel verdwijnt het ook weer. Van deze ervaring zou ik een visuele samenvatting willen schilderen zodat ik er steeds naar kan terugkeren wanneer ik vastzit. Een touw dat me helpt uit de put te klimmen. Als een zalfje te gebruiken bij zielenpijn.

In de wens naar een schilderij zit volgens mij de wens naar de essentie van wat je altijd zocht maar nooit hebt gevonden.

Of spijker je een beeld tegen de muur als remedie tegen de leegte zoals iemand de radio aanzet om de monoloog in eigen hoofd stop te zetten? Of omdat de kunstenaar iets laat zien dat je herkent maar nooit durfde dromen? Of omdat je houdt van oudroze en muntgroen in je interieur en hiermee de puzzel eindelijk gelegd is?

Was Irène ontroerd door de gedecideerde ambachtelijk aangebrachte verfstreken en door het feit dat de kunstenaar zich de moeite heeft getroost om zijn schildersezel in een veld te planten en een boerderij op te bouwen, streek na streek, in een ongetwijfeld uitdagend gevecht met de elementen, het licht dat alles slechts even aanraakt. Voelde ze de aandacht van de schilder via deze boerenwoonst op zichzelf gericht? De warmte van gezien worden, een getuige hebben van je leven zodat niets verloren gaat en je je geborgen voelt wanneer het overal stormt.

Het toelaten van de interpretatie van een stukje van de werkelijkheid door iemand anders in je huishouden maakt je sterker. Je geeft aan dat wat je zelf ziet van de werkelijkheid slechts 1 mogelijke versie is, dat andere visies even echt zijn dan de jouwe. Je schilderij herinnert je dat je het niet alleen kan en dat 1 plus 1 soms drie is. Het schilderij is je medestander.

Het vuur knappert in de openhaard en je echtgenoot vertelt het verhaal van het boek dat hij net heeft gelezen. Het verhaal lijkt in niets op het verhaal dat je zelf hebt gedistilleerd uit het lezen van dat boek. Je ziet de lezer en het verhaal van het boek gaat verder.

Het kijken naar een korenveld in Arles met het schilderij van Vincent van Gogh van dit gele landschap in het achterhoofd maakt de ervaring oneindig veel rijker. Deze verrijkte blik wordt uiteindelijk deel van je en kan overal op gericht worden.

Het katoenen doek geniet in de muur. In de keuken vul ik een oude diepvriesbestendige vanille-ijsbak met koud water. Op de glazen plaat knijp ik de volgende kleuren uit de verftubes: titaniumwit, lichtroze, naftolrood donker, karmijn, primairmagenta, hemelsblauw, kobaltblauw, sapgroen, Paul Veronese-groen, omber naturel, grafiet en lampenzwart. Verder bestaat er niets meer.

Het schilderijtje van de boerderij staat vandaag in onze bibliotheek. Meestal.

Thomas Dielman schildert Brusselse stillevens. Ze hebben volgens de kunstenaar, die aan Sint-Katelijne woont, geen enkel doel buiten het feit dat een mooie compositie rust en troost kan bieden. Ze kunnen je even verwarmen en je eraan herinneren dat schoonheid overal te vinden is.

Share