Het laatste stilleven

Voor het laatste stilleven, aka stilleven 15, moeten we terug naar het begin, naar de plaats waar het allemaal begon.

Amarant en tyrisch purper in vanille op het De Brouckèreplein (c) Thomas Dielman

Twee hemden per rolkoffertje (lila katoen, klassiek blauw gekreukt linnen, wit Egyptisch katoen met fijn indigo verticaal streepje en grijs corduroy – dat laatste hemd zal misschien te warm zijn), 4 paar sokken, 4 onderbroeken, een extra broek en 2 paar schoenen, k-ways en beeldschermopladers. Spikey springt tegen ons aan zodat we hem niet zouden vergeten. In het voorvak zit nog een mondkapje, 2 pakjes zakdoekjes en 2 grany’s met amandelen en abrikozen. Ik heb al weken niet geschilderd en ik moet.

Ik rits de koffertjes terug open en verplaats de kleren naar de stoel in de slaapkamer. Eerst de hemden, van onder naar boven, lila, maritiem blauw, parelwit en bovenaan het grijze ribfluwelen hemd, als de lagen van een javanais, afgewerkt met bolletjes sokken, de grootte van vuisten. De grijze toplaag is even uitnodigend als een net opgegooid met dons gevuld dekbedovertrek in een luxueuze hotelkamer in een mediterraan land. Ik kniel voor het stilleven en neem de kleuren in me op. Ik adem diep in en blaas zachtjes uit. Ik pas me aan. Zowel in mijn rechter- als in mijn linkerschouder blijft het trekken. Ik kantel mijn hoofd naar rechts en bekijk het nu door halfgesloten ogen. Ik zoom in op de negatieve ruimte. Ik kom recht en omcirkel het stilleven met de camerafunctie van mijn gsm. Als een drone zoek ik het juiste perspectief. Het heeft meer zomer nodig: geel of rood. Meer eigeel dan citroen, meer aardbei dan framboos.

Zorgvuldig uitgekozen boeken die al enkele dagen klaarliggen verdwijnen in de rugzak, samen met de uitgeprinte treinticketten, de rode siliconen drinkbak van Spikey, een fles water en het gevoel iets te zijn vergeten.

We drinken onze koffies op, ik doe de ramen open zodat ik ze kan sluiten en we draaien rond onze as. Moeten er handdoeken mee? De handvatten worden uit de trolleys getrokken tot op heuphoogte.

De wieltjes staan op ramkoers met de kasseien van de Grasmarkt. Enkel onder de galerij van het gebouw van Toerisme Vlaanderen, tussen de Vlees-en-broodstraat en de Haringstraat, het spiegelgebouw van het Broodhuis op de Grote Markt, zoeven de koffertjes geluidloos over de waterpas aangelegde tegels.

De Sint-Anna-kapel is prachtig omlijst en voor een deel aan het oog onttrokken door de kruinen van de bomen, espen en zoete kersenbomen denk ik. Met de juiste kadrering lijkt de kapel, ongevraagd vastgenaaid aan de grotere Magdalena-kapel, eerder deel van een verlaten Italiaans dorp dan het eindpunt van de immer drukke Grasmarkt. Ik kan niet wachten om de kleuren van het glasraam van binnenuit belicht te aanschouwen.

We steken de Putterij over en lopen het Centraal Station binnen. In de Relay koop ik een promo pakket met 3 Italië magazines en in de Panos 2 grote koffies. We lopen de trap af naar perron drie en zoeken een plekje op de stenen cirkelvormige bank. Er staat een krachtige tocht vanuit de richting van het licht aan het einde van de tunnel waar het station Kapellekerk is gelegen. Op perron vijf vliegen er drie plastieken spookjes onder de vuilzakkenhouder. Ze zijn nog leeg, vliegen tegen de stroom in zonder verder te komen en laten geen schaduw na. Wit, blauw en geel. Met 1 oog dichtgekepen en met mijn rechterhand uitgestrekt haal ik eerst de witte zak uit het beeld, daarna de gele zak. Maar het werkt niet. Er moet een vierde bijkomen. Ook rood. Bloedrood. Er vliegt een duif voorbij.

Ik plaats de tijdschriften op het treintafeltje en schuif ze als een waaier uiteen zodat je van elk tijdschrift minstens een driehoek ziet. Ik rits mijn rugzak open en pak het eerste boek ‘Nacht en dag’ van Virginia Woolf en leg het op de tijdschriften met de rug naar me toe, 4 centimeters kersenrood. Ik herhaal deze handeling met de Michelingids van Nederland, best een zwaar boek voor zo’n klein land en plaats de reisgids op het boek van Virginia Woolf. De rug is dennengroen, het middengedeelte flauw oranje waarop met witte letters de naam van het land staat gedrukt. Daarop komt oceaanblauw voor lichtgeel ‘Wachten op woensdag’ van Nicci French. Daarop de lichtblauwe rug van ‘Bloemen’ en ten slotte ‘Madame de Pompadour’ van Nancy Mitford met een elegante rode rug. Ik plaats mijn linkerhand met de palm tegen de ruggen en met mijn rechterhand schuif ik de boeken naar voren zodat alle ruggen loodrecht boven elkaar liggen. Ik observeer de toekomstige kennis. Het nog niet weten is misschien nog wel de leukste spanning. Mijn ogen klimmen tree per tree van diep karmijnrood paars, naar gewassen groen, naar warm indigo, naar fris babyblauw, naar zacht vermiljoenrood maar mijn ogen willen blijven klimmen. Ik leg de grany’s op Madame de Pompadour. Het werkt niet. Ten slotte leg ik de pakjes zakdoekjes naast de stapel boeken. Er zitten geen andere honden in de coupé.

Uit het raam zie ik een abstract schilderij. Zwart, vele tinten grijs en dit alles achter een omber-gekleurde filter. De trein komt in beweging. Landschappen, industrieterreinen, verlaten straten en stations van Paul Delvaux. Ik zie een Vlaams dorp van Luc Tuymans en wolken van Jean Brusselmans, zo dramatisch dat ze wel echt moeten zijn en ik val in slaap.

Nog geen 2 uur later stappen we uit in de stad van Vermeer. We lopen het nieuwe station uit via de hoofdingang die leidt naar het oude station, dan de Stationsbrug, de Westvest, de Barbarasteeg, weer over water naar de Breestraat. In hotel Grand Canal laten we onze koffers achter. Aangezien we nog te vroeg zijn voor het feest nemen we plaats op een terras op de markt met zicht op het Stadhuis.

Op het tafeltje voor ons staat een zinken emmertje met paarse en witte viooltjes en een rode glazen theelichthouder. Op de achtergrond een zee van zandkleurige rieten stoelen. Opgelucht haal ik adem. Dit is het.

Thomas Dielman schildert Brusselse stillevens. Ze hebben volgens de kunstenaar, die aan Sint-Katelijne woont, geen enkel doel buiten het feit dat een mooie compositie rust en troost kan bieden. Ze kunnen je even verwarmen en je eraan herinneren dat schoonheid overal te vinden is.

Share