Meuniermuseum heropent en vernieuwt






In gesprek met conservator Davy Depelchin

De impact van Constantin Meunier op de beeldvorming van de twintigste eeuw is wereldwijd. China, Rusland en ook de Verenigde Staten namen zijn en alleen zijn sociaal-realistische beeldhouwkunst gretig over: zie de heroïsche beelden van communistische leiders en de heroïek van de tragische arbeider.
Nooit bestond het – vóór Meunier – dat de werkman een piëdestal mocht beklimmen of de hoofdfiguur in een schilderij mocht worden, tenzij op een pittoreske manier. Kunstenaars ontdekten en valoriseerden de sociale strijd. Wat de illustere Constantin Meunier deed, was het gewone volk, dat zo anoniem maar ook zo heldhaftig in stikdonkere mijnen afdaalde of oververhitte velden maaide, een nobel uitzicht geven. Met zijn klassieke opleiding als leidraad beeldde hij ze af in Griekse poses, wat ze waardigheid gaf. Met realisme verweven en gegoten in stoer brons zorgde dat voor krachtige beelden van vrouwen en mannen met helmen, houwelen, of zeisen, of voorovergebogen bij een gestorvene.
 
In de Abdijstraat in Elsene staat Meuniers voormalige huis en actuele museum, dat federaal is en dus deel uitmaakt van de groep van Koninklijke Musea van Schone Kunsten. Het is gratis! te bezichtigen op weekdagen, en in de weekends is het toegankelijk op aanvraag met een gids.
Na een verplichte Corona-break is het museum nu weer open, én het is vernieuwd. Er is ook een nieuwe aanwinst te zien, voor de neus weggehaald van enkele belangrijke internationale gegadigden.

De corridor die woonhuis aan de straatkant met atelier achterin verbindt, en die versomberd was, is opgeblonken. Er hangen nieuwe spots en er zijn ook panelen met tekst in drie talen rond enkele thema’s. De fragiele tekeningen zijn eruit weggehaald en worden gedigitaliseerd. Er zijn nu meer sculpturen en bronzen reliëfs te zien.

Daarmee is de museografie van de jaren ’80 verleden tijd.

In de collectie (meer dan 800 werken in bezit, 100 tentoon) zitten ook zeldzame gipsen (er zijn er twee opgesteld), fragiele voorbeelden waar je de ruwe werkhand van de kunstenaar kan voelen, de materie die vorm krijgt, nog onaf.

Het Meuniermuseum verdient alle aandacht maar je moet het in de schaduw van de stad gaan ontdekken, in Elsene, in de galeriebuurt rond galerij Xavier Hufkens. In Meuniers tijd liet Anna Boch er een stadspaleis bouwen, buurman Isidore Verheyden portretteerde zijn vriend Constant meermaals; of ze dronken samen een glas, kunstenaars tezamen, ’s avonds in die nog landelijke straat. Het broeide er van artistiek talent. Het huis kon het gezin zich pas in de late jaren 1890 veroorloven, nadat de carrière eindelijk was opengebloeid, actief gesteund door progressieve kunstkringen, met name Edmond Picard, de oprichter van het tijdschrift L’Art Moderne, en Les XX.

Het ultieme doel is een volledige restauratie van het Meuniermuseum vanaf de voorgevel, waarbij ook het atelierleven getoond zou worden. Als wegbereiding daarvan begint er nu een grondige studie van twee keer vijf jaar. Vergeet niet intussen Meuniers meesterwerk het ‘Monument aan de arbeid’ aan het kanaal in Laken (au bord de l’eau) te gaan bekijken (jammer dat daar de aandacht verslapt voor de instandhouding ervan!), of zijn stadssculpturen in de tuin van de Botanique, of nog op het Meunierplein aan de Molièrelaan. Rond het gemeentehuis van Sint-Gillis staan enkele arbeidersfiguren die sterk door het beeldhouwwerk van Meunier zijn beïnvloed.

https://www.fine-arts-museum.be/nl/de-musea/musee-meunier-museum

Share