Categorieën
Brussel Persoonlijk

De dunne lijn tussen zijn en niet meer zijn

Het is een stralend zonnige zondag. Wanneer ik opsta wijst niets erop dat ik straks een bijna-doodervaring zal hebben. Ik ontbijt met geroosterd brood  – er zijn in mijn buurt geen bakkers met lekkere pistolets. Hoewel ik altijd belang heb gehecht heb aan de pistolet-traditie, ben ik er sinds mijn verhuis naar Schaarbeek van af gestapt. Soms is het verbazingwekkend met welk gemak je dingen waarvan je jarenlang dacht dat je ze nodig had, laat varen.

Ik vraag me af wat ik zal doen: gaan wandelen, naar de markt op het Jourdanplein, werken voor school, lezen? Soms vind ik het zo moeilijk te beslissen waar ik het meest zin in heb, dat ik de dag besluiteloos in huis doorbreng, beetje lezen, koffiedrinken, rommelen, chatten, een croque bakken of een soepje maken. Dat soort dagen zijn me dierbaar en ik ben ervan overtuigd dat ze nuttig en nodig zijn.

Ik lees in De wederhelft van Gun-Britt Sundström, een boek uit 1976 dat recent naar het Nederlands werd vertaald. Ik zit aan pagina 359 van de 509 pagina’s. Het is lang geleden dat ik nog zo in de greep was van een dik boek. Zeker als het niet snel uit is, kan een boek goed gezelschap zijn, je kan er blij aan denken als iets wat thuis op je wacht. Ik wenste dat ik deze roman, die drie jaar na mijn geboorte verscheen, eerder had gelezen. Het hoofdpersonage is heel vrijgevochten en oprecht zichzelf, ze trekt zich weinig aan van wat anderen van haar denken. Op relationeel en professioneel vlak ziet ze zich niet in een klassiek plaatje: trouwen en een negen-tot-vijf-job. Veel ideeën zijn verrassend hedendaags. Zo kaart de auteur bijvoorbeeld al het libidoverlagende effect van de pil aan, of het wegkijken van oorlogen in de wereld.

Tegen half een ga ik naar de coöperatieve supermarkt, een half uur voor sluitingstijd. Geen goed idee, ik ben niet de enige met uitstelgedrag, het is er superdruk. Ik koop palmkool, aardappelen, eieren, keukenrol en alcoholvrij bier. Bij thuiskomst maak ik klassieke kost: puree van palmkool met een zacht gekookt ei.

Daarna poets ik mijn appartement. Ik drink nog een derde kopje koffie, het laatste van de dag. Ik denk over alle dingen die ik nog zou willen en kunnen doen. Het meest zin heb ik om te tekenen. Daar ben ik een tiental dagen geleden mee begonnen en ik ben er enorm door gebeten. Ik weet dat ik al te veel hobby’s en interesses heb – mijn naaimachine staat in mijn woonkamer werkloos te wachten – maar het lijkt alsof ik met tekenen een ontbrekende schakel heb gevonden. Ik maak een reeks portretten van de mannen met wie ik gedatet heb. Vandaag teken ik diegene over wie ik het meest verdriet heb gehad. Omdat hij me heel plots verliet, ik veel verwantschap voelde en hem niet meer zie.

’s Avonds ga ik naar een concert in de Botanique met mijn broer. Op weg naar de bushalte word ik bijna omvergereden door een auto die tegen hoge snelheid van de Rogierlaan de Wijnheuvelenstraat indraait terwijl ik de straat bij groen licht oversteek. Nog net op tijd kan ik wegspringen. Ik had hem echt niet kunnen zien aankomen. Omstanders roepen, de auto rijdt gewoon door maar blijft een eind verderop toch even stilstaan. Ik ben nog te veel in shock om de nummerplaat te fotograferen. Hoeveel ongelukken moeten er nog gebeuren, hoeveel doden moeten er vallen voor het probleem van onverantwoord rijgedrag in deze gemeente wordt aangepakt?

Ik zet mijn weg verder. Soms is de lijn tussen er zijn en er niet meer zijn zo dun. Tussen een bijna-aanrijding waar je ongedeerd blijft en een klap die alles verandert.

Opgelucht haal ik adem en zet mijn weg verder naar het concert.

Deze bijdrage van Tanja Wentzel verscheen eerder op haar persoonlijke blog De rode valies. Verhalen uit Brussel. In november en december 2025 schrijf ze elke avond één A4-pagina over haar dag, in maximum 45 minuten. Een aantal teksten publiceert ze op haar blog.

Share