Grace Tjang van de Molenbeekse Needcompany maakte met ‘De tuin der onrusten’ een wonderlijke dansvoorstelling. Ze duikt in het stuk de koloniale geschiedenis in en eert haar Indonesische grootmoeders. Het verhaal is doorleefd en de bijzonder sfeervolle muziek en decors blijken een schot in de roos.
De voorstelling neemt ons mee naar een tropisch oerwoud. Dat wordt op een overtuigende manier tot leven gebracht door decorbomen, achtergronddoeken, lichtprojecties en schuivende panelen. Geluiden van vogels en andere wouddieren weerklinken door de knappe live muziek van Aya Suzuki op percussie, xylofoon en vibrafoon, gebaseerd op traditionele Indonesische gamelan. Er hangt meteen een magische atmosfeer, tussen dag en nacht, tussen droom en werkelijkheid.
Intussen maken de dansers, vier vrouwen (onder wie Grace Tjang zelf) en een man, hun opwachting. Ze ensceneren de aanval van een tijger op een weerloos hert. Sierlijke bewegingen wisselen af met groteske, schijnbaar onbeholpen gestes. Een belangrijke inspiratiebron is daarvoor wajang, een Javaans schimmenspel met poppen. De theatrale scènes en het spel van licht en schaduw maken indruk.
Het verhaal wordt verteld aan de hand van aan de wand geprojecteerde teksten. De vader van Grace Tjang werd, na het vertrek van zijn Nederlandse vader naar Europa, gedropt op een christelijke kostschool op een ander eiland. Hartverscheurend voor de zoon, maar evengoed voor de Chinese moeder, die zoonlief nog een toverdrankje zou hebben gegeven zodat hij deze deze tragische gebeurtenis zou kunnen vergeten. Ze zouden elkaar daarna nooit meer terugzien.
Tjangs moeder, eveneens een buitenechtelijk kind van een Nederlandse koloniaal, bracht haar kindertijd door in een Japans interneringskamp. Ze moest lijdzaam toezien hoe haar moeder werd mishandeld en aangerand. We zien op het toneel hoe Tjangs grootmoeder van de kampbewakers naakt moest rondspringen als een kikker – een bekend motief uit Bezonken Rood, de weergaloze Indië-roman van Jeroen Brouwers.
De voorstelling is doordesemd van familiale trauma’s en de gruwel van het kolonialisme. Niet voor niets heeft de maakster haar oude westerse naam Grace Ellen Barkey van zich afgeschud en ingeruild voor een eerbetoon aan haar vergeten grootmoeder. Toch is het stuk helemaal niet topzwaar. Veerkracht lijkt centraal te staan, en de artistieke zoektocht naar schoonheid.
Toegegeven, niet elke scène is even sterk en er is, zeker voor een dansvoorstelling, een overdaad aan geschreven tekst, die ook niet altijd beklijft. Daardoor blijft intense ontroering uit. Maar als het slotlied weergalmt, zijn we dankbaar voor deze poëtische, esthetische ervaring. Een streling voor het oog en het oor, deze bezielde verhalende choreografie.
De tuin der onrusten van Grace Tjang/ Needcompany ging op 17 december in première in de KVS. Er is nog een voorstelling gepland op 2 oktober 2026 in de Arenberg in Antwerpen.

