Categorieën
BrusselBlogt.be

De werkplek is het laboratorium voor het leven

10.03 – theaterzaal

Vera (verveeld): Samen staan we sterker! Niet de meest originele slogan, David. Mag ik dat zeggen? Deze slogan kan probleemloos opgenomen worden in het rijtje ‘hol, holler, holst.

David (enthousiast): Het is enkel een holle slogan als we er niets mee doen, Vera! Aan ons om dit om te zetten in praktisch, concrete projecten. Denk aan alles wat mogelijk is als we er samen onze schouders onder zetten. Trouwens: uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat menselijk contact stress doet dalen.

Vera (snel): Sorry David dat ik je onderbreek, maar wat je zegt klopt niet altijd. Menselijk contact is positief als, en enkel als,  het contact harmonieus verloopt. Is dit niet het geval, maakt men bijvoorbeeld constant ruzie, dan is menselijk contact een bron van énorme frustraties en neemt stress godverdomme de bovenhand. Ik moet je zeggen, David, op die momenten zie ik mezelf niet graag zie. (Vera wijst Nico aan met haar linkerduim zonder haar hoofd mee te draaien. Nico vecht tegen zijn tranen). De prinses eet haar glazen muiltje op.

Vera: David, David, mijn kameraad. Als ik het goed begrijp, ben jij dus geen coach. A peace coach? Hoe noem je zo iemand? Een professioneel persoon, een coach, die bedrijven kunnen inhuren om de spanningen op het werk te doen verdwijnen. Een tovenaar eigenlijk. Een peace wizard. Wij hebben nood aan een wizard, David. De spanningen lopen hier de spuigaten uit. Het Anker gaat ten onder aan meningsverschillen. Ik word ziek van het gescheld. Ik had zo gehoopt op een bedrijfspsycholoog die de sfeer hier zou komen verlichten. David, we hebben hulp nodig, geen extra werk. Wij moeten opnieuw leren samenwerken voor we projecten kunnen bedenken om andere mensen samen te brengen. Begrijp je dat? Hoe kunnen wij verbinden als we elkaar allemaal naar het leven staan? (Nico laat los en begint luid te huilen. Vera kijkt hem verbaasd aan). Nu breekt mijn klomp. Begint hij te huilen…. (Ze schudt haar hoofd.) Gekker moet het niet worden. (Ze richt zich opnieuw tot David.) David, moet je luisteren. Nico hier en ik waren een stel. Nu niet meer. De scheiding is ingezet. We hebben samen één kind: ons snoepje (Ze zucht en kijkt uit het raam.)

Nico, snoepje en ik. Wij drie. Een gezin. Ons gezin. Mijn gezin. Eén, twee, drie. Dit was mijn laatste groep, David. Mijn laatste ‘samen’. Sportgroepen, studentengroepen, vriendengroepen, cultuurgroepen, you name it, allen zijn ze steeds minder geworden, schraler, steeds meer verdund met water, tot je niet meer weet wat er in het glas zat. Elke groep is verdampt. Elk lid een los atoompje. Zelfs mijn gezin. Ik heb alles gedaan wat ik kon. Naar de maan en terug. Kruistochten voor de liefde. Het mag niet baten. Ik geloof er niet meer in, David. Een eerlijke verdeling van het werk thuis? Een eerlijke verdeling van het werk hier? (Nico snuit zijn neus).

David: Ok. Dank je Vera voor jouw bijdrage. Hebben jullie even tijd nodig? Nemen we vijf minuten pauze. Yoghurt iemand?

Vera (schudt haar hoofd): Praktisch betekent de scheiding weinig voor mij. Het verandert niet veel. Het huishouden en snoepje lagen toch al in mijn inbox. Het wachten is verdwenen. De verwachtingen zijn verdwenen. Ik zit niet langer vast, begrijp je David? (Nico snuit opnieuw zijn neus.)

David (richt zich tot Nico): Wil je een glas water? (Nico kijkt op en schudt zijn hoofd.)

Vera (enthousiast): Ik kan me perfect voorstellen dat mensen binnen honderd jaar, wat zeg ik, binnen tien jaar, niet langer als koppel door het leven gaan. Geen trouwfeesten meer. Geen eeuwigdurende beloftes. Mensen komen gewoon samen tijdens de verliefdheid om kinderen te maken maar that’s it. Geen gezeik. Na het neuken gaat ieder zijn eigen gang. Je eigen huis. Zelf beslissen wat je wil zien op Netflix. Nooit meer Stranger Things. Thank God, wat een shitshow. (Ze pakt de fles water en vult de glazen).

Gezinnen zijn vooral veel werk voor vrouwen. Full-time job, stofzuigen, snoepje, strijken, trots zijn op de echtgenoot, administratie. Een groep werkt enkel als iedereen in de groep zijn armen uit de mouwen steekt. Een groep is geen grabbelton waar je naar hartenlust uit kan pikken wat je nodig hebt. (Ze richt zich tot Nico). Het werkt alleen als je er ook af en toe iets insteekt! (Ze blaast). Je kan het blijven uitleggen tot je een ons weegt. Het blijft niet plakken. (Ze zucht). Moeders zijn ooit tot de leider van het gezin uitgeroepen en dit zal nooit meer veranderen. (Ze neemt een slok). De enige groep waar ik me nog voor engageer is de groep: moeder en dochter, snoepje en ik. Of toch zeker tot ze achttien is.

Dus vergeef me David. Vergeef me dat ik niet zit te springen om de ondankbare rol van organisator op me te nemen. Je krijgt geen respect, ze behandelen je als vuil en je kan de rommel opruimen als niemand komt opdagen. Je bent geen onderdeel van een groep. Je bent de huismeid. Eén plus één is geen twee. Eén plus één is nul. (Vera kijkt om zich heen).

Niemand? Geen probleem, ik lul rustig verder. Laten we een kat een kat noemen David. Het zit er gewoon niet meer in. De prins op het witte paard bestaat niet. Thuis niet. Op de werkplek ook niet. Rechtse politiek drijft mensen uit elkaar. Als een magneet trekt deze asociale politiek egoïsme bij mensen naar boven. Ieder voor zich. Alsof het zo moet zijn. Ikke, ikke, ikke. Een groep overleeft deze allesoverheersende zelfzucht niet.

Nico (droogt zijn tranen): Ik hou wel van mijn werk. Ik werk hier al langer. Ik heb al meer kilometers op de teller. Anders dan Vera, zoek ik geen excuses om mijn werk niet te doen. Het Anker is een inspirerende plek. Ik leer hier veel. Ook hoe ik mijn privéleven organiseer. (Hij snuift). De werkplaats is een laboratorium voor het leven.

David (bemoedigend): We hebben de kop voor dit hoofdstuk gevonden, denk ik: de werkplek is het laboratorium voor het leven.

Nico (knikt): Ik zeg altijd: vrije tijd is schaars. Je kan er dus maar beter bewust mee omgaan. Efficiënt mee omgaan, nog beter. De kalender van Outlook, Excel-tabellen, digitaal afvinkbare to-do-lijsten en mindmapping hebben de weekenden rendabeler gemaakt. Overzichtelijker. Nu weet ik tenminste waar ik aan toe ben. Vroeger zat de weekendplanning in Vera’s hoofd. (Hij richt zich tot Vera). Ik ben geen helderziende, Vera! Ik heb ook iets in te brengen. Het is ook mijn weekend!

Vera (wijst Nico opnieuw aan met haar linkerduim en rolt haar ogen): Die zijn we kwijt. Biologisch suddert hij nog wel even voort maar een ziel vind je er niet langer in terug. Wat een miserie. (Ze staat op en wandelt de theaterzaal uit).

Nico (zoekt Davids blik): Alles loopt nu door elkaar David. One man, one place, one life. Ik heb thuis nu ook een elektrisch zit-sta bureau laten installeren. Ik werk van thuis uit. Ik sport op het werk. Ik denk daar en communiceer hier. Koen stuurt me dag en nacht WhatsApp-spraakberichten. Ik ben werknemer, ik ben werkgever. Mijn smartwatch monitort mijn gezondheid. Ik adem. (Hij wijst naar zijn vlakke hand die op en neer gaat.) Ik beslis over de hoogte van mijn bureau.

Share

Door Thomas Dielman

In Het gemeenschapscentrum is David uitgenodigd om er samen met de sociaal-cultureel medewerkers activiteiten te bedenken om mensen opnieuw duurzaam met elkaar te verbinden. De medewerkers reageren niet unaniem positief op zijn komst. Thomas Dielman is beeldend kunstenaar en auteur. Hij woont in het centrum van Brussel. In 2024 verscheen zijn debuut Het straatfeest.