Categorieën
Brussel Actua

Geen rozen maar een regering: het akkoord van 12 februari

Een ontrafeling van de langste regeringscrisis ooit

Op 12 februari 2026, na 610 dagen zonder volwaardige regering, bereikten zeven partijen een akkoord in Brussel. Hoe kon het zo lang duren? Waarom lukte het plots wél? Het verhaal van een cocktail van institutionele rigiditeit, electorale fragmentatie, persoonlijke vetes – en één cruciale begrotingspion.

Deel I: anatomie van een blokkade (juni 2024 – februari 2026)

  1. De institutionele fuik: de dubbele meerderheid

De vormelijke kern van het probleem is structureel. In het Brussels Parlement geldt de dubbele meerderheidsregel: een regering heeft niet alleen de steun nodig van een meerderheid van het hele parlement, maar ook van een meerderheid binnen elke taalgroep afzonderlijk (Franstalig en Nederlandstalig).

Die regel, ooit ontworpen om de Vlaamse minderheid in Brussel te beschermen, bleek na 2024 een wiskundige nachtmerrie. Er waren wel meerderheden mogelijk – maar nooit tegelijk in beide groepen, en met partijen die elkaar uitsloten.

2. De verkiezingsuitslag die een gebroken landschap opleverde

    • Franstalig: MR werd de grootste, maar PS bleef sterk. Les Engagés won terrein.
    • Nederlandstalig: Groen bleef groot en de N-VA scoorde 2 zetels, maar de echte verrassing was Team Fouad Ahidar (TFA) , een lijst die 3 zetels haalde met een gemengde achterban – Franstalige kiezers die op een ‘Nederlandstalige’ lijst stemden – en daarmee de communautaire logica doorbrak. Fouad Ahidar zelf staat op de Nederlandstalige taalrol sinds hij voor Vooruit werkte, maar profileert zich in de feiten volop als Franstalige, in lijn met zijn achterban.
    • Links als geheel won in Brussel (PS, Groen, PTB), terwijl federaal en in Vlaanderen rechts regeerde. Een linkse Brusselse regering zou een politiek eiland vormen – mogelijk, maar strategisch riskant.

    3. De dodende veto’s

    Het falen was niet alleen institutioneel, maar ook partijpolitiek:

    • PS (Ahmed Laaouej) weigerde pertinent met de N-VA te onderhandelen. “Links heeft gewonnen,” herhaalde hij – ook toen bleek dat die meerderheid er niet kwam. “N-VA haat Brussel en is quasi-racistisch”, zo verdubbelde hij zijn inzet nog. Deze volgehouden bewering hoefde hij nooit te staven. Geen enkele journalist noch enige Belgische autoriteit of instelling riep hem hierover ter verantwoording, wat de indruk wekte dat politiek een arbitrair ambt is.
    • Anders (ex-Open VLD, Frédéric De Gucht) weigerde dan weer zonder de N-VA te regeren. De Gucht, net verkozen tot voorzitter, had de N-VA nodig als strategische bondgenoot tegen rechtse concurrentie in Vlaanderen en om te bewijzen dat zijn partij voortaan geen water meer bij de wijn zou doen die haar donkerblauwe partijkleur vreselijk deed verbleken.
    • Tussen MR en PS boterde het al evenmin. Persoonlijke animositeit tussen Georges-Louis Bouchez en Laaouej verlamde elke dialoog.
    • Groen en Vooruit namen het tegenover het PS-veto nooit op voor N-VA, terwijl ze nochtans al in november 2024 tot een Nederlandstalige coalitie met N-VA waren gekomen. Zo kwam er nooit enige druk op Ahmed Laaouej om zijn veto te herzien, behalve van Open VLD/Anders, die zich er volop op profileerde.
    • Les Engagés-voorzitter Yvan Verougstraete probeerde tweemaal een coalitie te smeden, maar strandde telkens op hetzelfde: zonder MR én zonder N-VA was er geen Nederlandstalige meerderheid. Onhaalbare pistes die maanden tijd vroegen terwijl excellenties werden doorbetaald.

    Het resultaat: een patstelling van 610 dagen, waarin zeven formateurs en informateurs zich te pletter liepen op dezelfde muren. De N-VA was in Brussel klein (2 zetels), maar gedroeg zich als een reus omdat twee grotere partijen (Anders en PS) hen als excuus gebruikten voor hun eigen onwil om met elkaar te regeren. PS weigerde met N-VA, niet omdat N-VA in Brussel gevaarlijk was, maar omdat de partij nationaal de N-VA bestrijdt. Anders weigerde zonder N-VA, officieel omdat Brussel dringend rechtser en beter beleid nodig had, maar ook omdat De Gucht in Vlaanderen zijn flank wilde dekken en wilde tonen dat zijn partij niet naar links uitgleed.

    Deel II: De doorbraak (februari 2026)

    1. De stille architect: Dirk De Smedt

    De sleutelfiguur in de ontknoping was Dirk De Smedt (Anders) , minister van Begroting in lopende zaken. Terwijl de onderhandelingen stillagen, werkte hij achter de schermen aan het begrotingstekort.

    Het tekort was opgelopen tot 1,2 miljard euro, wat neerkomt op 17% van het budget. Ter vergelijking: Europa staat een maximale schuldenlast toe van 3%. Brussel leende bovendien elke maand 100 miljoen euro bij. Belfius Bank dreigde de financiering stop te zetten. De inwoners leefden maandenlang in stress, maar de politici lieten begaan. De Smedt wist het tekort terug te dringen naar 1 miljard – niet genoeg, maar wél een objectieve basis voor serieuze gesprekken.

    2. De kanteling van Anders, de toegift van PS

    In januari 2026 zat Anders op slot: zonder N-VA geen onderhandeling. Maar de financiële realiteit dwong tot beweging. Instellingen zoals de culturele prestigepakketboot Flagey slaakten een alarmkreet: geen nieuw geld tegen april zou de stopzetting betekenen. Kanal, een PS-coryfee, dreigde door onderfinanciering zijn nakende start te gaan missen.

    De Gucht besefte dat een begroting zonder N-VA wel haalbaar was, mits harde afspraken. Buiten het zicht van de andere partijen begonnen MR, PS en Anders discrete gesprekken.

    Ook de Brusselse burgerbeweging Respect.Brussels, die mensen op straat bracht, had net nog eens aangedrongen op beweging en trachtte de partijen te verplichten met elkaar te praten. En onze koning veegde zijn ministers-onderdanen de mantel uit waar ze bij stonden, in het Paleis.

    Op 9 februari 2026 gaf De Gucht toe: Anders zou onderhandelen zonder N-VA. Het was dat of wegsterven in een oppositierol. Het obstakel voor de PS was weg, en Frédéric De Gucht kon (terecht) zeggen dat hij zolang weerstand had geboden als hij kon. De PS was zelf niet uit haar zetel gekomen, electoraal gewicht oblige.

    Maar toch was het ook een deal vanwege de PS: in ruil beloofden de socialisten een streng begrotingsbeleid tegen 2029, inclusief het totale wegwerken van het gewestelijke deficit. Samen met MR in een regering stappen, was voor Laaouej en de PS geen klein bier. Of de toxische relatie tussen beide grondig genoeg ontgift werd, zal ongetwijfeld nog blijken.

    3. Bouchez als ‘pacificateur’

    MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez, vaak gezien als een polariserende figuur, speelde zijn troeven deze keer slim uit: na het beslissende overleg met de noodzakelijke drie, nodigde hij zeven partijen uit voor een conclaaf, een brede basis: MR, PS, Les Engagés, Groen, Vooruit, CD&V en Anders. Hij baseerde zich op een nota uit juli 2024 (toen MR, PS en Les Engagés al een akkoord hadden) en voegde daar strenge begrotingsdoelen aan toe: tegen 2029 opnieuw een begrotingsevenwicht. De cijfers waren concreet geworden door het werk van Dirk De Smedt. En hij was meer compromisbereid. Deze keer dwong hij dus respect af en corrigeerde zijn imago van onruststoker.

    4. Het conclaaf

    Van 11 tot 12 februari 2026 zaten de onderhandelaars samen in de Universitaire Stichting. De inzet:

    Een geloofwaardige begroting. Veiligheid en netheid als speerpunten. Een regering koste wat het kost (en die dus al regerend zal bewijzen of ze het al dan niet haalt).

    Op 12 februari, 2 dagen voor Sint-Valentijn, werd het akkoord bereikt. Zeven partijen, van liberaal over socialistisch tot groen, vormden een brede coalitie die in beide taalgroepen een meerderheid haalde.

    Besluit: de tol van 610 dagen

    De prijs was hoog:

    • Begroting: 1,2 miljard tekort, 100 miljoen extra schuld per maand.
    • Economie: 2.184 faillissementen in 2025, bedrijven vertrekken.
    • Politiek: geen richting, geen knopen die ontward worden, het Gewest niet voorbereid op schokken.
    • Sociaal: 37% armoederisico, 55.000 mensen leven van het OCMW.
    • Veiligheid: 10.294 drugsfeiten in 2024, 101 schietpartijen.
    • Geschonden vertrouwen: een netto-uitstroom van zo’n 19.000 Brusselaars in 2024. Deze uitstroom is de laatste tien jaar gestegen met 30%. Een kiezerspubliek dat zeer verveeld zit met de vanouds lachende gezichten die “opgelucht” maar weinig schuldbewust het conclaaf verlieten.

    De Brusselse regering is er gekomen ondanks het systeem, niet dankzij. Het akkoord van 12 februari 2026 is geen bewijs van de veerkracht van de instellingen, maar van de uitputting ervan. De volgende crisis is al ingebakken – tenzij de regels zelf veranderen. Vooral omdat de mensen aan het stuur niet zomaar meer bereid blijken om met elkaar te praten en overeen te komen; Bouchez, Laaouej, De Gucht: net als op het brede wereldtoneel vochten ze een oorlog uit, waardoor deze ongeziene crisis veel weg had van de Westhoek in 1917-18: diep ingegraven loopgraven met daartussen braakland en -letterlijk – straatgeschut. Maar in Brussel word je echt alles gewoon. Niemand wilde bloeden, tot de begroting het onmogelijk maakte nóg langer te wachten.

    MR, PS en N-VA waren mathematisch onmisbaar voor een stabiele meerderheid, maar ideologisch onverenigbaar. Dat geeft te denken voor Brussel. Wil de stad de toekomst in met verandering, of houdt ze vast aan linkse recepten waartegen de helft van de kiezers zich heeft gekant?

    Share