Categorieën
Brussel Cultuurstad Elsene Reizen & Toerisme

De Codex van Ter Kameren: het geheim achter de perfecte friet*

Elsene, 27 februari 2026 – Het was een doodgewone donderdag toen de verbouwing van de oude abdijvleugel werd stilgelegd. Een aannemer uit de Brouwerijstraat had met zijn drilboor een holle ruimte geraakt achter een 17de eeuwse muur. Wat hij aantrof, zou de geschiedenis van de wijk voorgoed veranderen. Geen goud, geen relikwieën. Wel een leren omslag, verweerd maar intact, met daarin een manuscript dat sinds de middeleeuwen verborgen was geweest.  

Project voor hoogbouw, Flageyplein, jaren ’30

De vondst gebeurde geen dag te vroeg. De abdij Ter Kameren, gesticht in 1201 voor cisterciënzer nonnen in wat toen een “wild en ongerept gebied” heette, staat op instorten. Drie norbertijnerpaters bewonen vandaag nog een deel, maar de vochtige Maalbeekvallei eist haar tol. Net als het Flageyplein, de plek waar Elsene ooit ontstond rond de boorden van de vijvers, is de abdij gebouwd op drassige grond die constant moet worden drooggepompt. Maar in een kelder, verscholen achter een dichtgemetselde brouwketel, was de grond kurkdroog. Alsof iemand het er speciaal voor had bewaard.  

Het manuscript, geschreven in een mengeling van Latijn en Middel-Nederlands, droeg de titel “Liber Gustus et Pulchritudinis” – Het Boek van Smaak en Schoonheid. Volgens de eerste analyses van de Brusselse universiteit is het afkomstig van de cisterciënzer zusters die hier eeuwenlang bier brouwden, een traditie die vandaag door een handvol liefhebbers weer is opgepikt. Maar dit was geen gewoon brouwboek. Het bevatte geen recepten voor pater of trappist. Het beschreef iets veel fundamentelers: een filosofie van de zintuigen, een theologie van de smaak.  

De zusters geloofden dat ware schoonheid niet in kerken of gezangen zat, maar in het alledaagse. In het breken van brood, het delen van bier, het samenzijn aan tafel. Ze noemden het “de heilige eenvoud“. Het manuscript bevatte tekeningen van veldbloemen, beschrijvingen van hoe de ochtendzon op de Vijvers van Elsene viel, en vooral: een methode om aardappelen zo te bereiden dat ze “knisperden als engelenvleugels”. Het was, met andere woorden, het allereerste frietrecept. 

Toen de nazi’s in 1940 Brussel bezetten, wisten ze van het bestaan van het boek. De Duitse bezetters van het Flagey-gebouw – die een hakenkruis op de zendmast plaatsten maar bij de bevrijding, die via Elsene gebeurde, lijdzaam moesten gedogen dat een grote “V” op het Victory House gehangen werd, hadden een speciale eenheid. De Sonderkommando für Klosterkunst, die systematisch abdijen doorzocht op “Germaanse erfstukken”. Ze geloofden dat de cisterciënzers, als zuivere orde, oeroude Germaanse rituelen bewaard hadden. In de Abdij Ter Kameren groeven ze tevergeefs. De zusters hadden het manuscript in 1938, bij de bouw van het nieuwe Flagey-gebouw, laten verdwijnen in de kelders van de brouwerij Lannoy, vlak bij de vijvers. Daar, tussen de koelspiralen van de Spiraalbuisstraat en de gistvaten van de Giststraat, overleefde het de oorlog. 

Brasseries d’Ixelles, waar nu Square Biarritz is

Na de bevrijding raakte het spoor zoek. De brouwerij fusioneerde tot Ixelberg en verhuisde naar Koekelberg. Op de oude site verrees het Square Biarritz. Alleen de straatnamen herinnerden nog aan het industriële verleden. Tot vorige week. 

De vondst verklaart meteen waarom de friet op het Flageyplein zo uitzonderlijk is. Frit’Flagey, het iconische kraam op het plein, werkt al decennia met een familierecept dat volgens de uitbaters “van generatie op generatie” is doorgegeven. Maar uit het manuscript blijkt dat de methode veel ouder is: de dubbele bakking, de keuze van het vet, het geduld. Het zijn allemaal beschrijvingen die woordelijk overeenkomen met de aanwijzingen in het boek. 

De Belgische friet, zo luidt de legende, werd in 1838 op kermissen geïntroduceerd door een zekere “Monsieur Fritz”. Maar Fritz was geen uitvinder, hij was een doorgever. Hij had het recept gekregen van een oude vrouw in Elsene, wier grootmoeder nog dienst had gedaan in de abdij. Het manuscript bevestigt het: de friet is geen toevallige vondst, maar het resultaat van een eeuwenlange spirituele zoektocht naar de perfecte smaak. 

Maar de vondst van de codex verklaart meer dan alleen de oorsprong van de friet. Ze werpt ook een nieuw licht op één van de grootste mysteries uit de Elsense stadsontwikkeling: de wolkenkrabber die er nooit kwam. 

In 1936, vijf jaar nadat het Empire State Building in New York zijn deuren opende, diende een anonieme architect bij de gemeente een voorstel in dat de Brusselse verbeelding te boven ging. Op de tekeningen verscheen een toren van dertig verdiepingen, een metalen reus in Amerikaanse stijl, die met afstand het hoogste gebouw van Europa zou zijn geweest. De locatie: exact waar vandaag het Victory House staat, het sociale huisvestingsproject dat in 1938 door architect Poppe werd gebouwd. 

Het project haalde het niet. De officiële lezing spreekt van financiële problemen en de dreigende oorlog. Maar in de Korte Malibranstraat, een van de oudste straatjes van de buurt waar de tijd sinds de 18e eeuw heeft stilgestaan, fluistert men een ander verhaal. Enkele invloedrijke Elsense families met wortels in de 17e eeuw zouden zich tegen het project hebben verzet. Geen technische bezwaren – de onstabiele ondergrond was oplosbaar – maar een dieper, haast intuïtief verzet.  

“Een toren die de hemel wil bestormen, past niet in dit dal,” zou één van hen gezegd hebben tijdens een geheime zitting. Het citaat staat niet in de notulen, maar het leeft voort in de mondelinge overlevering. 

Flageyplein, ondergronds stormbekken

Deze families, zo gaat het verhaal, hadden het manuscript nooit gezien – het lag verborgen in de brouwerijkelders. Maar ze kenden de geest ervan. Ze geloofden, net als de zusters, in een wereld waarin schoonheid niet wordt afgemeten aan hoogte, maar aan aandacht voor het kleine. Een wolkenkrabber van dertig verdiepingen zou een schaduw hebben geworpen over de vijvers, over de eenvoud, over alles wat de zusters hadden gekoesterd. 

Het project werd afgevoerd. In de plaats kwam het bescheidenere Victory House. En op het plein zelf verrees tussen 1935 en 1938 het Flagey-gebouw van Joseph Diongre, een gestroomlijnde Art-Deco boot waarvan de toren weliswaar hoog uitsteekt, maar met zijn ronde vormen en menselijke schaal toch dichter aanleunt bij de geest der vallei. 

In Le Pantin, het filosofische café langs de Elsensesteenweg van Jean-Marie Miller en nu zijn dochter Liza, wordt er avond aan avond over gedebatteerd. Het café, met zijn oude affiches en zijn schemerige salon is een natuurlijke thuis voor de ideeën uit het boek. “Wij zijn altijd al een plek geweest voor rusteloze zielen,” zegt Liza. “Pessoa zou zich hier thuis hebben gevoeld. En die frietjes van Frit’Flagey, die bestellen we er al jaren bij. We wisten niet dat we een traditie in stand hielden die teruggaat tot de 13e eeuw. Maar dat verhaal over de toren, dat is van een andere orde. De zusters schreven over aandacht, over het vluchtige. Een toren van dertig verdiepingen is het tegendeel van vluchtig.” 

Aan de andere kant van het plein, in het grand-café Belga, ondervraagt een jonge Bruzz-journalist een man die de zon opzoekt van het buitenterras: “De codex? Ah, die middeleeuwse frietboeken. Charmant.” De veertigjarige in maatpak laat zijn blik over het terras dwalen, op zoek naar belangrijkere gesprekspartners. “Weten ze al wie het geschreven heeft?” Het antwoord interesseert hem niet. Hij is al verder. 

Fernando Pessoa

Het manuscript werpt ook een nieuw licht op een andere rusteloze geest in de wijk. Fernando Pessoa, de Portugese dichter die in 1989 een standbeeld kreeg op een driehoekig pleintje vlakbij, omringd door typisch Portugese mozaïektegels, schreef ooit: “Mijn ziel is ongeduldig met zichzelf, als met een lastig kind; haar rusteloosheid groeit maar en is altijd hetzelfde. Alles interesseert me, maar niets houdt me vast.” Pessoa’s eeuwige zoeken naar wat net buiten bereik ligt, zijn saudade, vindt een echo in de zoektocht van de zusters naar de volmaakte smaak – maar waar hij bleef dwalen, vonden zij hun anker in de eenvoud. 

De nazi’s zochten naar een Germaans erfstuk en vonden niets. Wat ze niet begrepen, is dat de echte schat niet in een reliekschrijn zit, maar op een plein, op een zaterdagmarkt, in de geur van frituurvet en de lach van kinderen.  

Het Liber Gustus et Pulchritudinis wordt nu tentoongesteld in de oude studio’s van het Flagey-gebouw, vlak naast Studio 4 met zijn wereldberoemde akoestiek. Bezoekers kunnen het manuscript bekijken, en daarna een portie friet halen bij Frit’Flagey. De abdij overweegt de oude brouwtraditie nieuw leven in te blazen. Maar in de laatste bladzijde zit een perforatie, alsof er een katern is uitgescheurd. Dat katern, fluistert men in Le Pantin, bevat geen recepten, maar een naam. Die van degene die het manuscript in 1938 liet verdwijnen. Die van degene die de oude families, zonder ooit het boek te tonen, inwijdde in het geheim. Die van degene die, door de wolkenkrabber tegen te houden, het aanzien van Elsene voor altijd veranderde. 

De zoektocht naar het verloren katern is begonnen. Zoals Pessoa schreef: “Ik heb het gevoel alsof ik altijd op het punt sta wakker te worden.” Misschien wordt dat moment nu werkelijkheid. In een frietkot, op een plein, in Elsene. 

* Door Thomas Sennesael 

Rondleiding “Flagey”**

Praktisch:

Wanneer: elke zaterdag om 14u (en op afspraak voor groepen)

Reserveren: Thomas Sennesael, FB, of thomassennesael@gmail.com 

  • Duur: 2 uur
  • Start: aan het standbeeld van Fernando Pessoa, op het driehoekige pleintje met het Portugese mozaïek – vlak bij de vijvers

** Tijdens deze gegidste rondleiding ontdek je de echte geschiedenis van de personages, de gebouwen, de straten en de natuur op en rond het Flageyplein in Elsene.  

Share