Veertig jaar geleden braken zes modestudenten van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen internationaal door toen ze hun collecties toonden op de British Designer Show in Londen. De Antwerpse Zes waren geboren. Het Antwerpse MoMu wijdt er dezer dagen een tentoonstelling aan. Oscar van den Boogaard schreef er een boek over dat voor deining zorgde in de modewereld. Hij stelde het voor in de Brusselse boekenwinkel Passa Porta, in een gesprek met modejournaliste Veerle Windels en Sonja Noël, oprichter van designerwinkel Stijl in de Dansaertstraat.

De Gouden Spoel
Wat zat er in het Antwerpse leidingwater begin jaren tachtig dat er zes of eigenlijk zeven talenten tegelijk opstonden? De tentoonstelling in het Modemuseum probeert een verklaring te vinden voor het wonder van Antwerpen. Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Dirk Bikkembergs, Dirk Van Saene, Marina Yee en Martin Margiela, die een jaar hoger zat, combineerden originaliteit, visie, lef en ambitie, en stuwden elkaar naar een hoger niveau. De modeafdeling had met Mary Prijot, een adept van Coco Chanel, weliswaar een vrij conservatieve leiding, maar de kruisbestuiving met andere disciplines zoals beeldhouwkunst en fotografie inspireerde de studenten in hun artistieke vorming.
Een andere factor die een rol speelde: de Belgische overheid wilde met een textielplan de noodlijdende textielindustrie erbovenop helpen en trok middelen uit voor internationale presentaties, de campagne ‘Mode, dit is Belgisch’ en de talentenwedstrijd ‘De Gouden Spoel’. Japanse ontwerpers als Rei Kawakubo (Comme des Garçons) en Yohji Yamamoto hadden in Parijs eerder al voor furore gezorgd – een voedingsbodem voor nog meer avant-garde. De Belgen voegden daar een onmiskenbare gave voor presentatie en communicatie aan toe. De groepsnaam ‘Antwerp Six’ was een dankbaar alternatief voor hun voor buitenlanders onuitspreekbare familienamen. Er was toen sowieso nog meer plaats voor kleine onafhankelijke ontwerpers. Nu regeren modeconglomeraten zoals LVMH, met een uitgebreid merkenportfolio en onuitputtelijke marketingbudgetten. De concurrentie is in deze geglobaliseerde digitale tijd zo groot geworden, waardoor het moeilijk is om je als ontwerper te onderscheiden.
J’accuse
Oscar van den Boogaard trok in 1988 naar Brussel om er Europese Studies aan de ULB te studeren. Toen hij in de benedenstad uitging, frappeerde hem de revolutionaire ‘anti-mode’ die hij zag. Hij werd klant van De Stijl, waar hij de Antwerpse Zes leerde kennen als zes zeer uiteenlopende ontwerpers. Hij ging enkele jaren later zelf in de Dansaertstraat wonen als partner van galerist Jan Mot. Met Yee, de meest artistieke en eigenzinnige ontwerper, die in Brussel een winkeltje in de Hoogstraat uitbaatte, werd hij bevriend. Omdat hij als romanschrijver over identiteit schrijft en die jaren hem gevormd hebben, wilde hij een boek schrijven over de Zes op basis van diepgaande interviews met de hoofdrolspelers.
‘Ze hadden een blind vertrouwen in mij. Ik moest het resultaat niet aan hen voorleggen. Ik voelde me vrij, maar tegelijk verantwoordelijk’, zegt hij in Passa Porta. Hij zag het basismateriaal van tientallen uren tape in een nieuw perspectief toen Yee kanker kreeg. ‘Zij werd mijn hoofdpersonage. Zij is krachtig, eerlijk, echt. Ik vroeg me af wat voor mensen de anderen zijn en ik kwam tot de constatatie dat ze veel met ego en imago bezig zijn. Ze doen weinig aan introspectie.’ Het boek toont ook de schaduwzijde van de Zes en groeide zelfs uit tot een j’accuse. Enkel Demeulemeester ging in op zijn expliciete vraag om Yee op haar ziekbed te bezoeken. De andere vier lieten haar in de steek, terwijl de plannen voor de gezamenlijke tentoonstelling onder leiding van curator Geert Bruloot in een vergevorderd stadium waren.
Van den Boogaard viseert vooral Dries Van Noten, die hij controledrang en menselijke kilheid aanwrijft. Hij voerde tijdens de gesprekken voor het boek monologen over zichzelf en toonde geen enkele interesse in de schrijver. Van Noten vertelt graag dat Prijot rondging met de collectebus toen hij een gescheurde jeans droeg – een ‘bourgeoisgrap’ volgens de schrijver, die zich ook niet kan vinden in het beeld van ongerepte schoonheid dat de ontwerper in zijn palazzo in Venetië wil creëren. Na de dood van Yee wilde Van Noten plotseling wel de begrafenis betalen. MoMu distantieert zich nu van het boek en schrapte een bestelling van 500 exemplaren, niet het minst omdat het museum een Dries Van Noten Study Center herbergt, laat de schrijver uitschijnen.
Steevast opgehemeld
Sonja Noël is een stuk milder. ‘Iedereen heeft recht op een eigen karakter en leven. Na drie jaar samenwerking onder de vlag van de Antwerpse Zes zijn ze elk hun eigen weg gegaan. Ze hebben stuk voor stuk hard gewerkt en offers gebracht.’ Ze noemt het boek een prachtige ode aan de zes creatieve makers en ondernemers en hun wonderjaren, want hun kwaliteiten komen wel degelijk ook uitvoerig aan bod. Ook Demeulemeester zou vol lof zijn, ook al rept het boek ook over haar kleine kantjes zoals het gekoketteer met haar vriendschap met Patti Smith.
Uit het publiek kwam de interessante vraag dat de schrijver toch ook ‘in de controle zit’ als hij zijn manuscript afwerkt. Van den Boogaards afkeer van controlefreaks lijkt vooral voort te spruiten uit zijn eigen verlangen naar overgave en ‘vloeibaarheid’ in menselijke contacten, wat bepaald geen journalistieke reflex is. Dat geeft hij grif toe in de inleiding van het boek: ‘Ik ben geen wetenschapper en geen journalist. Ik ben een schrijver die de essentie van het bestaan onder woorden wil brengen.’ De schrijver is nu ontgoocheld dat hij door een deel van het modemilieu gecanceld wordt – al zal het schandaal de boekverkoop zeker niet schaden en is er al een Engelse vertaling op komst. Wat hem nog tot een pertinente observatie brengt: de modewereld kan niet om met kritiek, modeontwerpers verwachten dat ze steevast opgehemeld worden. Interviewster Veerle Windels zwijgt op dat moment veelzeggend.
De Antwerpse Zes loopt nog tot 17 januari 2027 in het MoMu in Antwerpen. Het boek ‘De Zes’ van Oscar van den Boogaard is verschenen bij Pelckmans.

