13.00 uur – Esdoornzaal
David: Daar zijn we weer. Vera. Ik zie je. Ik hoor je. Ik begrijp je. Weet je wat jij nodig hebt? Aandacht. Geen tijd voor jezelf maar tijd waarin jij je laat zien. Zonder uitstel moet jij je reppen naar plekken waar niet je kind alle aandacht opeist maar waar jij het magnetiserende middelpunt bent. (David wijst Vera aan.) Met de personeelsdienst hebben we net Single Mothers Matter boven het doopvont gehouden: we nodigen alle alleenstaande moeders uit, werkzaam in een Brussels gemeenschapscentrum, om deel te nemen aan een beurtrol. Eén avond in de week babysit jij op alle kinderen, de rest van de avonden parkeer je je oogappel bij een andere moeder en ben je vrij om te doen wat je wil. Uren om je aandachtstank eindelijk te laten vollopen en om je volle bak te ontplooien en om na te denken en om mensen de kans te geven je te adoreren en om je lijf opnieuw te appreciëren en om je plaats in te nemen in de maatschappij en niet te zuinig ook, zie dat er wat marge opzit. Ik wil je godverdomme zien dansen met je ogen dicht.
Vera (zichtbaar geëmotioneerd): Echt? Dank je David. Wat een cadeau. Zweet en koude rillingen. Ik voel me opnieuw maagd.
David (legt zijn hand op de hare): Wen er maar aan. (Vera begint te huilen). Adem in via je neus en adem uit via je mond. Sluit je ogen Vera. Wie was je zonder kind? Wat dacht je zonder ex? Wat was je kinderdroom? Haal het opnieuw boven. Het is nu of nooit Vera. Je bent tien. De schaduw van je ouders verlicht. De omtrek van je silhouet verscherpt.
Vera (glimlacht en droogt haar tranen): Ik heb schilderkunst gestudeerd. Eeuwen geleden. Alsof het gisteren was. Ik voel het nog altijd in mijn vingers. Mijn hart klopt voor de gesexualiseerde bloemen van Georgia O’Keeffe. Ik zie ze overal. Ik ruik ze. Frida Kahlo kan ik niet uitstaan. Waarom krijgt zij zo’n groot deel van de aandachtstaart?
Enfin, we zaten vaker op het terras van café Au soleil dan in onze ateliers. Ook als het regende. Seks, bolo’s en bevlekte vingers. Smeuïg, glinsterend, regenboogcrèmes, toekomstige meesterwerken. Af en toe koop ik nog een tube olieverf, in de Zuidstraat: kraplak of indigo.
Ik piste in mijn broek. Het kunstenaarschap is niet voor gewone stervelingen David. Het is het terrein van tovenaars, van Mozart en Michelangelo, die de moederschoot uitglijden met een dirigeerstok en een penseel in de hand. Wie ging ik voor de gek houden? Ik wil dat mensen me zien. Maar als ze dan kijken, krimp ik in elkaar en wens ik opnieuw deel uit te maken van het rijk der onzichtbaren.
Mijn oerverhaal begon niet in juni. De academie paralyseerde me, deed me kotsen. De afstand was te groot. Het idee om iets te maken wat ik zelf had bedacht was te groots, snap je? Iets uitvoeren wat een ander heeft bedacht? Ok, geen probleem, dat begrijp ik. Maar iets maken wat ik zelf heb bedacht, iets van nul opbouwen? Error. Een mini Vera zat op mijn schouder en brulde het uit van het gieren. Die rivier kon ik niet over. Waagden mijn gedachten zich richting oversteek: angstaanvallen en schuldgevoelens hamerden op me in. De bliksem sloeg in, de brug begaf het en ik verzoop.
Een tweede kans diende zich aan in september. Ga minstens naar de campus zei mijn broer. Bel me op als je daar bent. Met mijn rug naar de toegangspoort zocht ik zijn nummer. Plots vroeg iemand me de weg naar de lokalen van het ingangsexamen. Ik haalde mijn schouders op: het kan niet ver zijn, toch?
Niet minder dan drie dagen duurden de testen. Een buste van Voltaire optrekken uit houtskool, een stilleven puren uit gedroogd fruit en keramiek, een vrij werk en een interview over mijn motieven, ik herinner me een postkaart van een mij onbekend schilderij van Henri De Braekeleer. De eerste uren was ik een zuil tussen de ezels en de beweegbare kastjes, waarop je, op heuphoogte, verf mengt. Ik zag iedereen schilderen en ik imiteerde hun bewegingen. De skyline van mijn dorp verkleinde. De horizon verschoof. Mijn hart bonsde op een nieuw frisser ritme. Dit getrommel was nodig om mijn bloed tot in de verste uithoeken van mijn lijf te pompen. Mijn huid tintelde zich wakker uit een winterslaap. Mijn zicht was scherp, nietsontziend, als het priemen van een vampier die zijn volgende slachtoffer bestudeerd. Ik was geil en ik schilderde mijn kut: een eigentijdse bewerking van l’Origine du monde van Courbet, meer waarschuwing dan uitnodiging. Ik was binnen.
De euforie die me toen droeg heb ik al lang niet meer gevoeld. Het beste gevoel ter wereld en toch jaag ik het niet actief na. Onbegrijpelijk. Ik weet dat ik het kan. Je moet gewoon fucking remmen, je auto parkeren op de pechstrook, uitstappen en ronddolen. Midden in de woestijn. Je komt niet aan op je bestemming, je loopt verloren en je weet: zo moet het. Maar het kantelt steeds. Ik kan het niet vasthouden. Ik voel me slecht en dan ren ik opnieuw naar de snelweg. Ik voel me down en ik wil niet langer creëren: ik wil orders uitvoeren. Vrijheid stokt me. Het driehonderdzestig graden uitzicht in de woestijn maakt me blind. Ik wil slechts een radertje zijn in het geheel. Ik wil verdwijnen. Straf me en ik adem. Op mijn knieën denk ik zuiver. Opgesloten voel ik mijn ketenen. Een mondknevel en ik focus. Ik wil niet vrij zijn. Ik wil uitbreken, elke keer weer.
Kiki (wipt op en neer): Ok. Bestemming bereikt sister. (Ze richt zich tot David.) Kan ik nu? Ik popel.
David (lacht): Ik ben je niet vergeten Kiki. Maar jouw situatie is fundamenteel anders dan die van Vera. Een teletijdmachine naar je eerste professionele verlangens is, gelet op je prille leeftijd, onzinnig. Jouw verlangens zwemmen niet net onder de waterlijn, zoals bij Vera. Het probleem bij jou is dat de plek waar jouw verlangens horen te zitten ingenomen is door de verlangens van jouw moeder. Jouw cassettebandje met Hakuna Matata-liedjes is gewist en gebruikt door je moeder om er haar Vaya Con Dias-liedjes mee op te nemen. Uiterst verwarrend. Je moet afstand nemen van je moeder en je leven leiden op het ritme van je eigen hart. (Kiki snikt en knikt). De personeelsdienst heeft je vader gebeld. Hij wacht op je.
Vera (snel): Kan hij zich ook melden voor Single Mothers Matter?
David (instemmend): Single Parents Matter.
Kiki: Ik wil niet langer uniek zijn. Ik wil een klasgenootje zijn als ieder ander. (Ze staat op en knuffelt met Vera.) Dank jullie voor dit bijzondere moment. (Ze verlaat de esdoornzaal).
David (kijkt Vera indringend aan): Jij onderschat jezelf. Jij hebt geen angst voor de ander. Jij vreest jezelf. Schrik voor je eigen potentieel. Jij denkt dat je enkel creatief vonkt als je de tralies weet te forceren en wegloopt. Think again. Als je al klaarkomt bij een ontsnapping uit de gevangenis, beeld je het plezier dan eens in als je de hele mikmak zou slopen. Niet ontsnappen uit het systeem, maar het gehele systeem zelf decimeren. Inderdaad: hoogtepunt na hoogtepunt.

