Categorieën
Brussel Persoonlijk

Tanken

Omdat de Shell Express op de hoek van de Bodegemstraat aangaf dat de prijzen uitzonderlijk gedaald waren tot 1,71 euro voor een liter Super 98, besloot ik, na het volschenken van de tank, ook mijn maag ermee te vullen.

Ik ging de benzine thuis uitbraken om het daar op te slaan voor later. De prijzen zouden waarschijnlijk toch weer stijgen. Een gebrek aan een deftige jerrycan in de wagen moet je hoe het ook zij compenseren. Een imperialistische impuls ergens overzee te slim af zijn, ook.

Thuis staat er een urne gemaakt van polyethyleen naast de tv. Polyethyleen is plechtig voor plastiek. De urne vond ik op een rommelmarkt in Normandië nabij Mont-Saint-Michel, alwaar een oudere man die tegelijk kaal was en toch veel haar had me aanspoorde met hem muziek te maken. Ik trommelde op een eveneens pas aangekochte doembek, terwijl hij vanuit ergens onbekend een mondharmonica opdiepte. Waarschijnlijk uit een kleine urne, verstopt op de bodem van zijn binnenzak.

Aan de kassa van de Shell Express begon ik plots te draaien. Aangenaam, eerst, voor vier seconden. Daarna wist ik niet meer correct waar ik was, hoeveel haren er nog op mijn hoofd stonden en hoeveel ik had getankt. Op mijn rug keek ik langs de kleurigheid van het winkelschap door het raam naar buiten. In de wolken zag ik het gezicht van Phoebe Bridgers. Ze zorgde ervoor dat de radio in het tankstationwinkeltje ‘Lost Boys’ begon te zingen, speciaal voor mij én ook voor het kleine mevrouwtje in het kleine winkeltje tussen de kleine producten. Alvorens het zwart voor mijn ogen werd, zei ik haar: ‘polyethyleen is plechtig voor plastiek.’

Share