Categorieën
Brussel Persoonlijk

Tic nerveux

Sinds een week trekt er iets aan de linkerkant van mijn gezicht. Het begint onder mijn oog en straalt dan uit naar mijn lip. Lang duurt het nooit – een minuutje, twee soms – maar ik maakte me er genoeg zorgen over om m’n dokter te bezoeken.

Het is niks, zei ze. Ben je bezig met iets wat je stress bezorgt? Dan is het waarschijnlijk dat. Of het is gewoon een spier die opspeelt. Ze masseerde eventjes mijn wang. Het gaat vanzelf over. Bijna zeker. Slaap je goed, vroeg ze nog toen ze het remgeld al had afgerekend.

Ik woon vlak aan het kanaal, in de buurt van de Havenlaan. Sinds een jaar zowat is dat een nieuwe snelweg voor vliegtuigen, maar ik merk er zelf gelukkig weinig van. Ik dommel in bij het eerste vliegtuig, schiet kort wakker bij het tweede en hoor nummer honderd pas als ik ’s ochtends opsta.

Het kan ook blauw licht zijn, meende m’n dokter. Leg ’s avonds je gsm weg. Lees liever een boek. Je m’occupe de vous maintenant, madame Dupont.

Die avond lag ik in bed en las ik het nieuws op mijn telefoon. De Brusselse regering had een begroting. En we moesten ons geen zorgen maken: de gewone Brusselaar – daar reken ik me voor het gemak zelf bij – zou er niets van voelen. Integendeel. We zouden met z’n allen een procent minder personenbelasting gaan betalen en daarvoor ons openbaar vervoer behouden en er honderdtwintig ondergrondse vuilcontainers bijkrijgen. Snijden zonder pijn, ze hadden het geflikt!

Dat was bij de Vlaamse begroting wel anders. Bozar krijgt geen subsidies meer van het Martelarenplein. De VGC ontvangt 300.000 euro minder dan gedacht. En de Nederlandstalige bibliotheken kunnen open blijven, maar buiten geld voor licht, verwarming en personeel blijft er niet veel over.

Ik legde mijn gsm weg. Niet omdat m’n dokter het gezegd had; omdat ik niet depressief onder de wol wilde kruipen. Op mijn nachtkastje lag nog een boek van Han Kang, de Koreaanse Nobelprijswinnares. Ik opende de pagina waar het ezelsoor zat – halverwege. Het ticket van de uitlening zat er nog tussen. Binnen twee dagen moest het terug.

Na een halve bladzijde vloog het eerste vliegtuig over. Ik merkte er niets van dat het hoger vloog en steiler landde, zoals minister Crucke beloofd had. De Brusselaar zal wel merken dat het lawaai mindert, dacht hij. Ik hoorde geen verschil. Ook niet bij nummer twee en drie, die snel daarop volgden.

Morgen gaat de Han Kang terug. Het zou uit moeten zijn tegen dan. En dan sla ik snel nog wat nieuwe boeken in, nu het nog kan, want een aankoopbudget houden de bibliotheken na de nieuwste kaalslag op cultuur niet meer over. Mijn tic nerveux is er nog steeds, maar ik krijg het gevoel dat het minder erg is. Misschien heeft m’n dokter gelijk. Misschien helpt het lezen. Misschien wordt mijn diepe slaap minder verstoord door vliegtuigen. Misschien moet je iets maar vaak genoeg horen om het uiteindelijk niet meer te voelen.

Misschien weten ook politici dat wel.

Share

Door Dieter Rogiers

Dieter woont in Molenbeek. Hij schrijft cursiefjes over wat hem in Brussel opvalt. Soms schrijft hij ook romans en kortverhalen, zij het niet altijd met Brussel als decor.