Ik herkende haar onmiddellijk, die eerste keer in het bedrijfsrestaurant. Ze liep aan mijn tafel voorbij. En ook nu, de tweede keer in de lift. Dit kon geen toeval zijn. Beide keren was zij het, druk in gesprek met collega’s. Ik zocht vanuit mijn hoek in de lift naar een ultieme bevestiging, een schudden van het hoofd, of beter nog: een lokaal accent, zoals mijn zusje haar laatste lettergrepen inslikt, hetgeen, hoewel ze al jaren aan de andere kant van het land woont, onherroepelijk haar herkomst verraadt. Ik kon niets vinden.
De twijfel sloeg toe, aangewakkerd als vuur omdat zij, ondanks mijn onafgebroken observaties, geen blijk van herkenning gaf. De lift landde en iedereen eruit. Pas na de derde keer zal ik kraaien en zeggen, ik ben het, ik ben het, ik kwam heel vaak bij jullie spelen! Als zij dan iemand heel anders blijkt dan de grote zus van mijn vriendinnetje, zak ik als onroerend erfgoed verder naar -1.

