De werktoren zonder ramen

Heb jij soms zin om deel te zijn van iets dat groter is dan jezelf? Nee, antwoordt Henry. Een groep waarvan je lid bent, probeer ik nog eens, en die je tijdens een dagje uit rondleidt zodat je zelf eens niets moet. Geen beslissingen nemen, enkel het rode vlaggetje van de leider volgen. Nee.

Nijlgans en vriendje op het Maria-Louiza square (c) Thomas Dielman

We steken de Anspachlaan over ter hoogte van Burger King, niet naast elkaar maar achter elkaar. Spikey voorop, zijn voorpoten als in een onzichtbaar rad, zich een weg banend door de stad. Zonder twijfel, links rechts. Af en toe omkijkend om te zien of we hem nog volgen. Als we hem blindelings zouden volgen, liggen we binnen de kortste keren onder een camion.

Even verderop staat de kathedraal. Vele seizoenen geleden heb ik deze weg dagelijks afgelegd richting de werktoren hoog op de berg. Mijn cel bevond zich op de 19de verdieping.

Het was een plek zonder kleuren. Of waar de kleur die je waarneemt je per dienstnota wordt meegedeeld. Een plek waar de notulen klaar waren nog voor de vergadering was begonnen.

Waar holle slogans van de daken werden geschreeuwd, maar bevelen fluisterend werden toegebeten. Waar collegialiteit voorwaardelijk was, de waarheid slechts een optie en er meer gepest werd dan vroeger op het speelplein. Waar een afwijkende mening een afwijking was en bij herhaling een oorlogsverklaring en de sfeer in de kantine even ontspannen als in Buckingham Palace. De werktoren zie je van overal in Brussel.

Spikey leidt ons verder de berg op: de Onderrichtsstraat, het Vrijheidsplein en de Eredienststraat. De lucht wordt steeds ijler. We steken de Kunstlaan over via een tunnel die bezaaid ligt met slapende zwervers. In de trappengang hangt er een pislucht.

Op een zonnige dag zet de werktoren altijd een wijk in de schaduw. Het was een plek waar het weigeren van extra werk werd gezien als het toppunt van het opkomen voor jezelf en het wegkijken bij onrecht als loyaliteit naar de groep. Waar elke vraag naar opheldering je verder deed verdwalen. Waar kwetsbaarheid en twijfel het erkennen van schuld was. Een doolhof waarvan het hekje werd afgesloten en de sleutel werd weggegooid. Een plek waar je onmogelijk jezelf kon zijn. De werktoren heeft geen ramen.

Na een fontein, een beplant bergje met tulpen en enkele rococo-grotten plots een niet zo stil leven aan de oever van de vijver. Een duif in de schaduw van een gans met smokey eyes. Koert de gans mee met de duif of is deze laatste het kwekken machtig? Of volstaan blikken hier? Is de duif verdwaald, nieuwsgierig, geil of zoekt ze slechts verkoeling? Hier kwam ik mijn boterhammen opeten. Na het nemen van de foto is de helft van het stilleven gaan vliegen.

Vrijdagnamiddag werd je enkelband omgedaan en begon het aftellen.

We lopen langs het Duitse restaurant Maxburg waar we meerdere keren met collega’s hebben geluncht: schnitzels groter dan het bord en appeltaart zwemmend in Engelse saus, met een icetea voor J. en spuitwater voor M. en mezelf. Zestig minuten om ontsnappingsroutes te overlopen. We moesten ons steeds haasten om niet te laat te komen op het werk. In de week voor de lunch mailden we elkaar foto’s van schnitzels.

Ik krijg niet langer koude rillingen van de aanblik van de werktoren. Als oriëntatiepunt in de stad herinnert de toren mij bijna dagelijks aan het feit dat blijven nadenken van het grootste belang is. Zelfstandig nadenken is vermoeiend en zeker gaan vrienden-magneet, maar de enige weg als je een beetje controle wilt over je eigen leven.

Een fris hoofd, voor een open raam met zicht op de wijde wereld.

Henry draait zich om en vraagt me ‘waar denk je aan’, wijzend naar Spikey: hij heeft dorst. Samen lopen we richting de Europese wijk.

Thomas Dielman schildert Brusselse stillevens. Ze hebben volgens de kunstenaar, die aan Sint-Katelijne woont, geen enkel doel buiten het feit dat een mooie compositie rust en troost kan bieden. Ze kunnen je even verwarmen en je eraan herinneren dat schoonheid overal te vinden is.

Share