Stad van afgeplakte gebroken ruiten
stad van de reizende zon, van transit
passanten, vas et vients, doorgangers en maffiosi
van loeiende sirenes
en kakkende honden, wildplassers en sluikstorters
van opgeraapte peuken en duivenpoep
een overbodig Justitiepaleis met ondergrondse doorgangen
en stellages achter stellingen, voor stellages
stad van achterstallige betalingen, schuldbergen en Galgenbergen
stad van werklozen, steuntrekkers, sans papiers,
nachtbrakers, krakers en rusteloze slapers in
de meest gehate hoofdstad van deze wereld
van Laptopcafés, goedkope kappers en dure bakkers
ik woon in de wereldstad van Noord-Zuid-verbindingen
van tulbanden, hoofddoeken, djellaba’s en overalls
van muzelmannen, Joden, Fransen, Afrikanen en Turken
van een snackbarvoetgangerszone
en te veel Chinezen op een te kleine Grote Markt
de stad waar kitsch kunst wordt en reclame poëzie
elke dag een verse lading daklozen
uitgestort in de portieken van dure winkels
onder de immens lege verdiepingen
stad van komma’s en uitlopende gedachtestreepjes
van Roma’s met kinderkoetsen zonder kind
van te weinig sociale woningen en te veel lege kantoren
met de geur van pis in ellenlange metrogangen
en junkies aan geblokkeerde roltrappen
ik woon in de stad van de langste en smalste foor ter wereld
met trage gemeenschapswachten, flikken met baarden en staarten
een kerststal met afgedankte modepoppen uit de Bon Marché
stad van bohémiens, straatbewoners, lofters
middenstanders, onderstanders, chômeurs
met burgers die kijven en toch blijven
stad van duizend markten en gesloten abattoirs
ik woon in een werf op een stadje in steigers
(wordt vervolgd)

