Categorieën
Brussel Persoonlijk

Mensen hebben elkaar niet meer nodig

8.55 uur – Esdoornzaal

Wat is de meest sociale plek aan een rechthoekige tafel? Acht mensen kunnen aan deze tafel zitten. In het ‘Laatste avondmaal’ van Leonardo Da Vinci zegent Jezus het brood in het midden van de lange zijde van de tafel. De kijkers zitten aan de overkant. Maar als mijn gasten niet kiezen voor de andere kant van de lange zijde en zij beiden kiezen voor een plaats aan de korte kant, verlies ik het overzicht. Ik kan dan maar één gast tegelijk aankijken. Mijn twee gasten daarentegen zien het hele speelveld in één oogopslag. Als ik mijn kaarten bekijk, kan er steeds één meegluren. Wat ik bedek voor de één, geef ik prijs aan de ander.

David kiest voor een plek aan de korte zijde van de tafel. Hij schuift de stoel naar achter. Hij neemt zijn schrift, de aanwezigheidslijst en zijn vulpen uit zijn leren boekentas. Hij legt het schrift voor zich op tafel en zijn vulpen op de plaats die normaal voorbehouden is voor de messen. Hij zucht en neemt plaats. Heb ik hier zin in? Had ik me niet beter moeten voorbereiden? Hij slaat zijn legergroen Hema-schrift open en schrijft op het eerste blad bovenaan in hoofdletters: WIJ en onderstreept tweemaal deze drie letters.

Tussen de twee ramen die uitgeven op de tuin van het gemeenschapscentrum hangt een reproductie van ‘De aardappeleters’ van Vincent Van Gogh. De kunstdruk met witte rand is ingelijst. In de rand onder het schilderij valt de naam van de schilder, van het schilderij en van het museum, waar het origineel hangt, te lezen. De weerkaatsing van het licht op het bedekkende glas maakt de helft van het tafeltafereel wit, alsof de man links aan tafel iets doorgeeft aan een spook. Spook of niet, het is doffe ellende in die boerenhut. Vijf mensen eten hun avondmaal zwijgzaam op. Uitgeput door het hard labeur beperken ze zich tot de hoogstnoodzakelijke handelingen. Is ellende makkelijker te dragen wanneer ze gedeeld wordt door vijf mensen, of wordt de ellende juist zwaarder wanneer ze ook de mensen raakt die je liefhebt? Het schilderij hangt boven het ontbijtbuffet.

Kim steekt haar hoofd binnen. ‘David?’ probeert ze voorzichtig. ‘Bent u David? Klopt het dat wij gaan brainstormen over meer samenwerken?’

‘Klopt, dat ben ik.’ Hij wuift haar zijn kant op. Hij zoekt haar naam op de aanwezigheidslijst en plaatst er een vinkje achter. ‘Kom binnen. Dit is meer jouw huis dan het mijne.’ David zoekt tevergeefs haar blik en vervolgt: ‘Is jouw collega ook op komst?’ Kim knikt: ‘Koen komt er zo aan.’ Ze plaatst haar handtas op tafel, in het midden van de lange zijde, rechts van David. Hier gaan we. Heeft zij zin? Geen signalen. Ik niet. Ze heeft een harde kop.

David veert recht. ‘Neem gerust iets van ons ontbijtbuffet. Koffie en warm water vind je op de bar’, terwijl hij zijn onderarmen uitwaaiert als een steward die de weg toont naar de nooduitgangen.

‘Ik heb thuis al gegeten’, zegt Kim zachtjes. Ze ontwijkt behendig Davids blik en begeeft zich naar het deel van de ontbijttafel met het fruit, muesli, yoghurt en granola.

Aan de muur recht tegenover Davids zitplaats hangt nog een reproductie van een schilderij van Van Gogh: ‘Binnenplaats van het hospitaal in Arles’, een adembenemend schouwspel dat knettert als vuurwerk met pure kleuren. De contouren laten af en toe los. Het schilderij toont ook wat doorgaans onzichtbaar blijft. Als je zo kan communiceren, heb je geen woorden meer nodig.

Koen pakt een bord van de stapel. Hij neemt een appel die hij opblinkt tegen zijn gesculpteerd sportlijf en hij tovert een proteïne reep uit één van de vele zakken van zijn zip-off broek. Serieus? Eigen zaadrepen? Er staat godverdomme eten voor een leger! Koen kiest voor de plek tegenover Kim. Ze kijken elkaar aan en lichten op.

Op de muur achter Kim hangt een derde schilderij van Van Gogh: ‘De kerk van Auvers.’ De drie schilderijen hangen chronologisch in de juiste volgorde. Heeft het gemeenschapscentrum dit bewust zo in ere willen houden? Met de wijzers van de klok mee, valt je oog eerst op ‘De Aardappeleters’ dat de kunstenaar in 1885 componeerde. Vervolgens zie je ‘Binnenplaats van het hospitaal in Arles’ dat dateert van vier jaar later en tenslotte komt ‘De kerk van Auvers’ in beeld, dat hij in zijn laatste levensjaar maakte. Een onvolmaakte cirkel. Van het donkere Holland, naar het zuurstofrijke Arles en vervolgens opnieuw richting het noorden. Nog even en hij was opnieuw thuis. Eén, twee, drie, als de trailer van de film van zijn leven.

De stilte jeukt. Kim gaat haar mango vakkundig te lijf met een mes. Koen wrijft de zaden één voor één van zijn reep. Het is aan David om deze dag van structuur te voorzien. Gratis. Hij vreest zijn stem en kucht geruisloos. Zijn oogballen drogen uit. ‘Ok’, kraakt David, ‘ik denk dat we er best aan beginnen.’ Kim en Koen kijken niet op. Een hotflash overspoelt David alsof hij net een wintersoep binnenlepelt.

‘Mijn naam is David. Ik ben beeldend kunstenaar en ik woon in het centrum van Brussel. De stad heeft mij gevraagd om een WIJ-project mee op poten te zetten. Van de negentien Brusselse gemeenten zijn jullie het pilootproject. Jullie krijgen de primeur!” David spuit er slagroom op: “Jullie zijn de pioniers!’ Geen kik.

David kijkt de tuin in: ‘Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest maakt zich zorgen, grote zorgen, over de toenemende  individualiteit van de Brusselaars en heeft het ambitieuze plan opgevat om mensen opnieuw nader tot elkaar te brengen, onder het motto: ‘Samen staan we sterker.’ Hij kijkt opnieuw voor zich, naar het niemandsland tussen Kim en Koen in. ‘Hoe kunnen we opnieuw van elkaar genieten?’

Als Van Gogh thuis was geraakt, zouden bruine aardekleuren dan opnieuw de weg naar zijn palet hebben gevonden? 

Tot Davids verbazing legt Kim haar mes op tafel. Ze kijkt David voor het eerst aan: ‘Wat betekent dit praktisch? Voor ons bedoel ik.’ Haar rechterwijsvinger slaat als een metronoom tussen haar en Koen.

Haar vraag verwarmt David. We maken contact!  Hij steekt van wal: ‘Beste Kim. Praktisch betekent dit dat we vandaag de hele dag gaan brainstormen over nieuwe projecten die tot doel hebben mensen weer duurzaam met elkaar te verbinden.’

‘Godverdomme, neen!’ schreeuwt Koen, terwijl David achteruitdeinst. ‘Neen, niet weer. Niet dat woord. Schiet me godverdomme lek!” Als een wolf begint Koen te janken. Theatraal valt hij op zijn knieën. “Ver-bin-ding. Ik kan dat woord niet meer horen.  Verbinden, verbinden, verbinden. Als ze dat woord uit het woordenboek schrappen, stuikt de hele kunstwereld in elkaar. Kunstenaars willen helemaal niet verbinden. Zij willen zoveel mogelijk mensen naar hun expo’s lokken om hun verkoopcijfers op te krikken.” Kim proest het uit. What the fuck? Is dit geestig?

Koen staat op en schenkt zichzelf een glas melk in. Hij gaat opnieuw zitten en buigt voorover. Hij wijst naar David. David kijkt scheel naar het topje van de rechterwijsvinger van Koen. Geef geen krimp. Koen stoomt door: “Verbinding is out. Verbinding is fake. Verbinding  is een businessmodel. Verbinding is een stopwoord voor mensen die niets te zeggen hebben. Mensen willen ’s avonds naar huis zonder gezeik aan hun hoofd, al zeker niet van mensen zoals jij die geld verdienen aan dat zogezegde ‘verbinden’. Koen trekt zich terug achter zijn deel van de tafel: ‘Laat mensen met rust. Laat mensen zelf kiezen. Mensen hebben elkaar niet meer nodig. Zet mensen samen en binnen no time laten ze hun autonomie varen voor een groepsdynamiek met een IQ dat samenvalt met het IQ van de domste persoon aanwezig. Deze tijdelijke verdwazing staat efficiëntie in de weg. Samen is een mijnenveld, beste David.’

Kim sluit haar ogen en surft mee op de woorden van Koen, vertrouwd, alsof ze luistert naar haar lievelingsliedje.

Het brainstormen is begonnen.

Share

Door Thomas Dielman

In Het gemeenschapscentrum is David uitgenodigd om er samen met de sociaal-cultureel medewerkers activiteiten te bedenken om mensen opnieuw duurzaam met elkaar te verbinden. De medewerkers reageren niet unaniem positief op zijn komst. Thomas Dielman is beeldend kunstenaar en auteur. Hij woont in het centrum van Brussel. In 2024 verscheen zijn debuut Het straatfeest.