“Schrijf het van je af”, klonk het in mijn oren.
Ik kwam terug in Brussel vanuit een stad in het buitenland, waar ik twee weken verbleven had. Die afstand hielp me mijn thuisstad scherper te zien, zoals vaak gebeurt.
Het hele scenario zou zich afspelen tijdens een lange wandeling, van de bovenstad naar de benedenstad en weer terug.
Ik maakte me op voor een heuglijke tocht. Ik had geld gezien op mijn rekening, en bloed geroken toen ik het woord “solden” opving.
Aan mijn voeten – belangrijk: mijn donkerbruine mocassins waarmee ik me een flanerende Franse filmster voel.
Mijn ziel: gevoelig. Het resultaat van mijn wandeling kan u straks, zo u wil, aan die gevoeligheid toeschrijven.
Eerst nam ik de bus tot aan Bozar, waar boven- en benedenstad elkaar treffen en van waaraf het te voet nog slechts een hinkstapsprong van de winkels vandaan is.
Mijn plan: doe eerst het centrum, want daar kan het nogal eens tegenvallen, en áls dat het geval is, heb je nog altijd de bovenstad om mee te eindigen in het terugkeren.
Ja, ik heb een slecht gevoel gekweekt tegen het centrum van Brussel. Mijn ervaringen daar de laatste jaren zijn gemengd, met een negatieve boventoon. Maar vandaag begon de miserie al veel vroeger, veel hoger: aan de bushalte in de Troonstraat. Ik had het moeilijk om een proper plekje te vinden bij het wachten, door de zwarte plekken en vegen op de grond.
Dat zwart zou de rode draad van de dag worden.
Toen ik uitstapte, moest ik die hinkstapsprong haast letterlijk nemen: zijwaarts neergaande urinesporen op de plavuizen voor BNP Paribas Fortis, om de zoveel centimeter. Sporen van de nacht tevoren. Brussel is een urineerplek. Geregeld zou ik mijn adem nog inhouden. Waar is er enige ordehandhaving in deze stad? Ik vocht mij een ritme tussen het vinden van een flow als soldenflaneur en het vluchten voor de urinegeur.
De stad in het buitenland waarover ik sprak, die telt enkel propere trottoirs, die bovendien bijna altijd in heel goede staat zijn. Ook de buitenwijken zijn nog dik in orde.
Wat vertelt een proper trottoir over een stad, over een bevolking?
Eens overgestoken werd ik aangenaam verrast door een kersvers nieuw, blank stuk trottoir. Ik bereikte nu het Centraal Station.
Zo ging ik verder, behoedzaam geworden, richting Arenbergstraat.
Ik begon te zien dat de vuile stoep een constante zou worden. Bij het wachten voor het oversteken tussen Muntplein en Kleerkopersstraat, een hoek rondend tussen Schildknaap- en Leopoldstraat, en onderweg een hoop vuilnis voorbijkomend: rijen gele of roze zakken, karton, hoopjes.
Alsof het erbij mag horen. Wel, niet voor mij.
Op weg naar Dansaert – verlies je doel niet uit het oog – bleef ik staan om met interesse de nieuwe straten in te kijken rondom het nieuwe administratieve centrum/Parking 58 – versie 2. Ik had een bedrag gelezen over de heraanleg en de vergroening van dit nieuwe “netwerk van rustgevende openbare ruimte waar de bewoners naar vragen”.
“Mager”, besloot ik, mijn blik uitstervend op een struikje dat onder de hittegolf te lijden had gehad en scheef stond.
Hongerig spiedde ik naar de zichtbare handel op de straathoeken. Waren er nog kwaliteitszaken? De conclusie daarover kan ik al weggeven: in de hele Dansaertbuurt, Kartuizerstraat, Lepage en Vlaamsesteenweg incluis, is het aantal mooie winkels (mode en andere) ferm geslonken. Er is wel een nieuwe Dries Van Noten, en de Vlaamsesteenweg doet het nog wel goed, maar overal elders lijken de winkeliers mij te vechten voor het overleven in een sterk uitgedund speelveld. Ik pauzeerde op de hoek Lepage-Dansaert en was opgelucht om daar een latte en een boule de berlin aan te treffen bij een fijne bediening. Het voelde alsof het één van de laatste keren kon zijn. N.D.C handmade shoes ernaast bestond niet meer, bezijdens de letters op de ruit. Vêtue ertegenover nog wel. Zij houdt het al lang vol.
Ik werd ook heel dynamisch geholpen bij Home of Cooking Munt, zelfs direct van bij het binnenwandelen in het Nederlands. Daar zag ik een versie van Brussel die verblijdde. De man in de oude Coutellerie du Roi echter, in de Passage du Nord (Davidoff is er weg), joeg mij met zijn afwachtende, donkere houding en daarna zijn lesjes naar buiten in plaats van voor mij een mes te vinden. Ik moet trouwens eens proberen te weten te komen hoe het mogelijk is dat de zaak al sinds 1750 in de Passage zit, zoals op de winkelpui vermeld staat, terwijl de Passage pas in 1882 werd ingehuldigd.
De tijden zijn hard voor de niet-online koper als ik. Veel had ik nog niet gevonden, integendeel, maar de bus moest me nog naar de Zavel brengen en dan de Naamsestraat, terug omhoog naar de bovenstad.
Ik ben niet alleen een gevoelige, maar ook een moeilijke. Of ligt het aan het gebrek aan aanbod? Een mooie riem voor een man? Niet te klassiek, een beetje origineel, en kwaliteit, graag. Wie in Brussel een winkel kent die dat verkoopt, wilt u het me alstublieft laten weten? Is het teveel gevraagd om zo een kledingstuk te willen vinden in een hoofdstad, maar er niet in te slagen?
Helemaal bovenaan de Naamsestraat zou ik nog heel aangenaam verrast worden door een tweetal enthousiaste verkopers, én zou ik er ook een broek vinden, mooi gesoldeerd, die de verkoopster Italiaans vond en de verkoper dan weer Engels op mij. Ik haalde opgelucht adem om uit de vuile kuip van de stad weg te zijn (een hard mentaal oordeel, maar het voordeel is dat u daar iets anders over mag denken). Toen ik ergens liet vallen dat ik in september 25 jaar in Brussel woon (feestje volgt), wou zij weten wat ik van Brussel vond. “I wish it was a bit cleaner”, zei ik in het Engels. Terstond ontspon zich een geanimeerd gesprek. De winkeljuffrouw werd heel persoonlijk en betrokken. “There is só much crime in the center!”, zei ze. “We have had many thefts, here.” “How is it possible, in a capital?” “This city has 14 communes!’ », sprong de man bij. Ik moest hem corrigeren, naar 19, en probeerde hem snel te sussen door te wijzen op de nieuwe regering en de voorzichtige nieuwe wind die misschien waait.
Hebben de Brusselaars nog door in welke belt ze rondlopen? Gewenning treedt snel in, meestal. Mijn laatste schrikmoment was in de Elsensesteenweg/Naamsepoort. Ik zag twee voeten van een man die rustig stond rond te kijken naar wat er om hem heen gebeurde; alleen stonden die voeten in een 100% zwartgeblakerde zone rondom een vuilnisbak (zie foto). Ik deed nog een hinkstap, sloeg zo snel mogelijk een zijstraat in, en kwam op adem in een buurt zonder winkels die veilig ver van de hotspots lag.


