Categorieën
Resto, Café & Uitgaan Shopping

De buik van Brussel

Brussel is een stad met een miljoen hongerige inwoners en grossiert dus in verhalen over voedsel, van vroeger tot nu. Onze blogger liet zich naar aanleiding van de Vlaamse feestdag op sleeptouw nemen door Arnout Vandamme, gids bij vzw De Brigade.

Zie ik de lichtjes van de Zenne

De Zenne was tot het midden van de negentiende eeuw de levensader van Brussel. Voedsel werd tot vlak bij de klanten gebracht via de meanderende rivier met verschillende armen en bijhorende kaaien en dokken. Ook molenaars, brouwers en leerlooiers voerden er hun nering uit. Om hygiënische redenen werd de Zenne, een open riool, overwelfd en de loop ervan werd ook verlegd. De dokken werden gedempt. Het Kanaal nam de plaats in als belangrijkste waterweg. Het deel naar Willebroek dateert al van de zestiende eeuw, het deel naar Charleroi werd ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830) gebouwd. De haven verplaatste zich van de Vijfhoek naar de terreinen van Thurn en Taxis. 

Ook de vismarkt verhuisde enkele keren, van de Grasmarkt over de Visverkopersstraat tot de huidige Vismet. Tot de negentiende eeuw domineerde riviervis, zoals snoek, baars en paling. Daarna kwam zeevis op Tussen 1884 en 1955 prijkte op het plein tussen de Baksteenkaai en de Brandhoutkaai een overdekte vismarkt. Even verderop stonden ook de Sint-Gorikshallen vanaf 1881 bekend als de buik van Brussel. Sinds kort is er opnieuw een foodmarket opengegaan, met een tiental verkopers.

Koloniale waren

De Belgische koloniale geschiedenis drukt ook haar stempel op de stad, bijvoorbeeld in de talrijke chocoladewinkels. In Congo-Vrijstaat, het privébezit van Koning Leopold II tussen 1885 en 1908, waren de eerste missieposten verplicht om cacaobonen te verbouwen, maar de teelt sloeg er nooit echt aan. In tegenstelling tot in Ghana, waar de Britse kolonisator de cacaoteelt grootschalig uitbouwde. Côte d’Or, het Belgische chocolademerk met een olifant als logo, ontleent zijn naam aan de oude benaming van Ghana, Goudkust. Belgische chocolade is nu wereldberoemd. De nadruk ligt daarbij op ons vakmanschap, maar de basisgrondstof komt uiteraard nog altijd uit Afrika, vooral uit Ivoorkust en Ghana.

De bananenteelt deed het een stuk beter in Congo. De haven van Antwerpen is nog altijd de belangrijkste Europese toegangspoort voor bananen, nu vooral uit Ecuador, Colombia en Costa Rica. Het art-decogebouw op de Nieuwe Graanmarkt, waar nu Brasserie Surréaliste is gevestigd en ervoor het atelier van hoedenontwerper Christophe Coppens, was vroeger een opslagplaats voor bananen. Even verderop op het plein, recht tegenover het MAD, vind je op de gevel van een gebouw zelfs een reliëf met een Afrikaans hoofd, omringd door bananentrossen en sinaasappels. Ook hier werden bananen vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw afgerijpt. In de Dansaerstraat 75-79 is de voormalige zetel van Gérard Koninckx Frères, groothandel in fruit, ook al versierd met bananen- en sinaasappelbomen.

En dan is er nog het zoete verhaal van karaboeja, ‘brok snoep’ in het Swahili. Begin twintigste eeuw kon een Congolese Brusselaar een bakker in de Vlaamsesteenweg overtuigen om de achtergebleven suikerkoek van de snoepproductie te smelten en daar anijs bij te doen. Het werd een succesverhaal. Tientallen Congolese verkopers gingen naar alle uithoeken van ons land om het snoepgoed te verkopen. Marktkramers sloegen een grote zwarte brok in stukken met een hamer en deden de scherven in papier. Spektakel gegarandeerd! Het goedje zou ook helpen tegen keelpijn en andere kwaaltjes. 

Chinatown en disneyficatie

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw was de Dansaertwijk een vervallen en verpauperde buurt met veel leegstand. Chinese handelaars en restaurateurs vonden er een goedkoop onderkomen. Vaak kozen ze opportunistisch voor een verwesterde versie van hun keuken, met simpele en brave gerechten die in de smaak vielen bij de Belgische klanten. Bovendien was het meestal een mengeling van keukens, met bijvoorbeeld het typisch Indonesische nasi goreng in een Chinees restaurant. Het interieur was overladen met kitscherige chinoiserieën om de bezoekers een exotische ervaring te bieden.

Intussen vind je in het Brusselse Chinatown door de band een meer authentieke keuken om zowel kritische Aziaten als een kosmopolitisch, trendy publiek op hun wenken te bedienen. Ook het interieur is internationaler en soberder geworden. Het aantal concepten is diverser geworden, van Chinese hotpot tot Koreaanse barbecue. Toch is het nog altijd niet ongewoon dat Chinezen achter een sushizaak zitten omdat ze weten dat de Japanse keuken als verfijnd en hip geldt en er dus zeker gasten over de vloer komen. Zoals ook Syrische restaurantuitbaters kiezen voor de bekendere en hoger aangeschreven Libanese keuken.

En dan is er nog de opkomst van ‘fast casual’ aan Sint-Katelijne en de Beurs, met nieuwere ketens als Manhattn’s, Ellis en Rambo (burgers), Bavet (pasta), Nona (pizza en pasta), Knees to chin (Vietnamese rijstpapierrolletjes), Umamido (ramen) en Makisu (sushi). Om nog te zwijgen van gehypete Tiktok-trends bij jonge Brusselaars zoals crousty, een schotel met witte rijst, gefrituurde kip en veel saus. De vrees is dat de kwaliteit en de gezondheid van de gerechten soms te wensen overlaat en vooral dat het uniforme aanbod identiteit en authenticiteit mist. Veel visrestaurants aan Sint-Katelijne blijken nu in het bezit re zijn van één eigenaar.

In The Dome tegenover de Beurs doet met Eatitaly binnenkort een enorme Italiaanse speler zijn intrede in de stad. In foodmarkets zoals Wolf is het over de koppen lopen. Valt het stadscentrum ten prooi aan disneyficatie en is de culinaire beleving vooral gericht op toeristen en andere bezoekers die uit zijn op fun en het geld laten rollen? De buik van de Brusselaar zal ook nog altijd gevuld moeten worden.

Meer info: De/La Brigade. Zie ook het boek ‘De buik van Brussel’ van Lucas Catherine (2019) en het werk over migratie in Brussel van Hans Vandecandelaere, o.a. ‘In Brussel. Een reis door de wereld’ (2012).

Share

Door Tom Van Bogaert

Nieuwe Brusselaar met een passie voor taal, cultuur en journalistiek. Geboren in Sint-Niklaas. Studeerde Germaanse talen in Gent en woonde na zijn studie in Berlijn. Houdt zich bezig met beleid en communicatie binnen de Vlaamse overheid.