Je voelt aan het rusteloos ritselen van de jeugd en van de blaadjes dat de zomer kantelt en dat dit de week van Boterhammen in het Park moet zijn. Of zou moeten zijn, want dit jaar is er geen.
Oh, mijn eerste Boterham at ik in 1994, met mijn eerste liefje. Wie er optrad, misschien wel Pitti Polak, ik had nooit eerder zo’n schattige kiosk gezien waar wij de meest heerlijke boterham met platte kaas en radijsjes deelden op een ongemakkelijk bankje. Zijn moeder had de bon uit de krant geknipt.
Later hoorde ik er voor het eerst Kommil Foo live spelen, een revelatie, ik wist niet dat muziek zo grappig kon zijn. Ik herontdekte er ook De Mens, een bommetje energie die Frank Vander linden. Ik zocht zijn cd’s weer op en laat mijn kinderen zijn nummers horen in de auto. Wie is dat, vraagt ze. Ik zeg haar dat is Frank, en ik beschrijf hem als een kale mannelijke Pommelien Thijs. Maar dan mooier, alsof het een eerste liefje is waarmee je maar wat graag je boterham zou delen.
Tot volgend jaar, Boterhammen!

