Moliterno al Tartufo

Het was een treurig zicht.

Ik zat in het centrum van de stad voor het raam van een aftands fastfoodrestaurant te kauwen op een frietje dat heimwee had naar zijn natuurlijke staat – diepgevroren. Uit een grote coca cola-beker zoog ik een slok kraantjeswater met belletjes naar binnen, om een en ander door te spoelen.

De mensen buiten – ik keek naar hen, zij niet naar mij – zagen er gelukkig uit, op deze eerste koopjesdag. Het miezerde wat, maar dat leek hen niet te deren. Er waren moeders en dochters, adolescenten met een verzorgd baardje, gezinnen met een ouderwetse papieren kaart van Brussel in de hand, en niemand had echt haast.

Kwaliteit. Zonder meer, maar ook zonder toegevingen. Dat was mijn nieuwjaarsresolutie voor dit jaar. Kwaliteit, zoals in leven in de diepte, ten volle, traag, genieten, intens, voelen, alle poriën open. Niets had het te maken met duur leven, met welgesteldheid – nee, dat woord klinkt vandaag nog meer dan in mijn arme studententijd als verwerpelijk bourgeois.

De kwaliteit in het fastfoodrestaurant was onmiskenbaar top. Elke friet, elke hamburger, elke beker water was tot in het kleinste detail een voorspelbaar eindproduct van een gestroomlijnd proces, de ingrediënten volstrekt gestandaardiseerd, enkel de mensen op het einde van de ketting, met moeite bijeengehouden door hun teamleiders, maakten een verschil. Hun glimlach. De sluwheid waarmee ze in sneltempo jouw bestelling bij elkaar harkten.

Het was mijn opdracht van de dag. In elk doodgewoon detail de kwaliteit ervaren. De papieren zak met een nieuwe broek en een vers hemd stond naast me. Daar werd ik al niet bepaald vrolijk van, ook niet mistevreden, begrijpt u het niet verkeerd, de kleren staan me. Maar deze middag, kauwend op mijn friet, gezeten op een kruk waarvan de voetsteun ontbrak, was ik zonder enig verweer een niet te onderscheiden onderdeel van de massa.

Ik dacht aan de kaaswinkel waar ik straks nog naartoe zou gaan, daar hebben ze Moliterno al Tartufo op voorraad, van de Sardijnse kaasmaker Central. Een pecorino (schapenkaas dus), die na twee maanden rijping verse zwarte truffel geïnjecteerd krijgt, en dan nog een aantal maanden mag rusten. Echt een heerlijke kaas – u kan hem zelfs op Amazon bestellen, als u in Amerika zou wonen, wat u niet doet uiteraard, ik vermeld het enkel als teken dat ze er ook in Sardinië in slagen om consistente kwaliteit te produceren, met rieten mandjes en handwerk en al.

Proeven van die kaas zou me redden, ik was er zeker van, de smaak zou me verheffen boven de massa, die willoze kudde schapen die dagelijks misleid werd tot een leven vol voorspelbaarheid en gehoorzaamheid, gemanipuleerd door een stroom van valse informatie en de hogere machten van het kapitalisme – kortom, slachtoffers van het systeem.

Het moet een treurig zicht zijn geweest, een hovaardige man voor het raam van een aftands fastfoodrestaurant, alweer mislukt in zijn poging om in de diepte gaan, om schoonheid te vinden in het alledaagse, terwijl die toch voorhanden was, in de smileys en hartjes die de conversatie sierden op de telefoon van de jongen naast hem, in de gedachten van het meisje dat hem bediend had en achter haar toog in stilte danspassen oefende. Zie je het? Niets om hovaardig over te zijn.

Behalve dan, toch telkens weer, Moliterno al Tartufo.

Dirk Van Boxem schreef deze tekst voor zijn persoonlijke blog Bijgekleurd. In 2019 publiceerde hij de roman Morgenster.

Share