Afscheid van de bloemenplukweide

Gaan we nog een laatste boeket plukken?’ Het is 11 november, we zijn allebei vrij, hij vindt het een goed plan. We nemen de tram.

Bij het ziekenhuis stappen we uit, we wandelen richting Laarbeekbos en nemen voor de Chalet het smalle paadje naar rechts. Het ligt er elke keer weer wat modderiger bij. We stappen langs de volkstuintjes die stilaan klaar zijn voor het najaar, ze liggen braak of zijn beplant met kolen, spruitjes en prei.

Voor de laatste keer openen we het poortje van FleurAkker. Ik ben altijd slecht geweest in afscheid. Of goed, het is maar hoe je het bekijkt.

De uitgebloeide bloemen, de verdorde stelen, de vergeelde bladeren met slakkengaten, de lege percelen: ze doen me onmiddellijk terugkeren naar het begin van de zomer, toen we vol verwachting uitkeken naar de bloemen die vanwege het koude weer maar niet wilden groeien en we slechts een schraal boeketje korenbloemen mee naar huis konden nemen. Vijf maanden geleden nog maar.

Bloemenplukweidegeluk (c) De rode valies

Met de zomervakantie brak ook het plukseizoen aan. Al snel kon ik me niet meer inbeelden dat ik bloemen ooit in een winkel had gekocht. De rit met de tram en de boswandeling ernaartoe, het uitkiezen van de bloemen, het afknippen met de geweldige rode schaar, altijd boven een bladoksel, het glazen vaasje dat van een oude wijnfles was gemaakt en dat ik vulde met water uit mijn drinkbus, zodat de bloemen op de terugweg geen dorst zouden lijden, het tellen van de stelen, het schikken van de bloemen, het fotograferen van de boeketten op het veld: ik had een nieuw woord nodig. ‘Bloemenplukweidegeluk’. Al snel vulde mijn smartphone het automatisch aan.

Bloemenplukweidegeluk (c) De rode valies

Soms trof ik Annemie op haar veld, dat ze met hart en ziel bewerkte. Ze vertelde over haar strijd tegen slakken en konijnen en de weersomstandigheden, over het juffertje in ’t groen waar ze zo veel van hield en die ene bloem die niet zo mooi was maar zo lekker rook, de val van haar fiets waardoor ze maar met één arm kon werken, hoe heerlijk het was in de buitenlucht en hoe prachtig het veld om vier uur ’s ochtends.

De zomer kwam ik door zonder vooropgesteld plan. Ik zei ja op wat op me afkwam. Een vriendin bood me in juli haar mooie herenhuis als rust- en schrijfplek aan. Dankbaar ging ik haar sleutel halen. Samen met haar zoontje leidde ze me rond in haar huis. De volgende dag ging ik koffie drinken op een zonnig terras. Daar zat de vriendin met haar zoontje. De dag erna ging ik naar de bloemenplukweide. Wie kwam daar aangefietst? De vriendin met haar zoontje. Terwijl wij samen bloemen plukten, kwam er een filmploeg aan.

Bloemenplukweidegeluk (c) De rode valies

Wij zagen elkaar niet zo vaak, nu drie keer in drie dagen tijd. ’s Avonds kwamen we samen op de televisie. Ik zag mezelf bukken om bloemen te plukken, zij en haar zoontje doken achter me op. Als beschermengelen.

In de maand september overkwam me nog zo’n wonder. ’s Morgens kreeg ik een berichtje van goede vrienden. Had ik zin om in het weekend mee naar hun huis in de Bourgogne te gaan? Ik zei meteen ja. ’s Avonds rond etenstijd ging ik naar de bloemenplukweide. Ineens zag ik de hoofden van mijn twee vrienden boven de haag verschijnen. Ze kwamen na hun werk nog snel een boeket plukken. De vriendin droeg een bloemenjurk in levendige kleuren, haar man plukte de bloemen. In deze omgeving straalden ze nog meer dan anders.

Een volgende keer was mijn man mee. We werden aangesproken door een onbekende vrouw, die inlichtingen wenste. ‘Vous êtes Monsieur et Madame Fleur?’ vroeg ze. Wij waren het niet, maar op dat moment voelden we iets opbloeien.

Bloemenplukweidegeluk (c) De rode valies

Deze week heeft Annemie me een laatste nieuwsbrief gestuurd. ‘Het aanbod van de bloemen is al goed geslonken, maar profiteer er van, nu het nog kan. Daarna gaat het veld in winterrust en zullen we geduld moeten uitoefenen tot volgend seizoen. We kijken ernaar uit om jullie vanaf de eerste narcissen opnieuw te begroeten.’

Mijn man en ik plukken een laatste boeket: twee dahlia’s, een zonnehoed, een lupine, een paar takken ijzerhard. We sluiten het poortje van de pluktuin, we laten deze plek achter ons. In het voorjaar keren we terug, maar naar een nieuwe plek.

Bloemenplukweidegeluk (c) De rode valies

Thuis knip ik een stukje van de stelen en schik de bloemen in de groene vaas met de ijsschaatsster die vroeger bij mijn oma op de tafel stond. Mijn oma zorgde met veel liefde en toewijding voor haar bloemen. Ze gaf ze dagelijks vers water, herschikte ze, kortte ze in, combineerde ze met nieuwe bloemen in een ander vaasje, zong hun lof in het bijzijn van anderen. Ze bleven altijd lang mooi. Haar talent gaf ze door aan haar dochters en kleindochters. Mijn mama en ik sturen vaak foto’s van onze bloemenvazen naar elkaar.

Ik hoop dat ik mijn laatste boeket twee weken kan bewaren. Daarna begint het wachten. Ik heb geduld. Altijd gehad. Te veel, zei iemand eens. In een wachtrij zal ik eerder iemand laten voorgaan dan dat ik voor mijn beurt zou gaan.

In het woordenboek vind ik een duizend jaar oude spreuk: ‘Geduld overwint alles’. Deze tegeltjeswijsheid heeft de tand des tijds goed doorstaan.

Eerst overwinteren.

Bloemenplukweidegeluk (c) De rode valies

Het bloemenplukveld FleurAkker ligt in de Schapenweg in Jette. Het is een project van community-supported agriculture (CSA) van Atelier Groot Eiland. Deze bijdrage verscheen eerder op de blog De rode valies. Verhalen uit Brussel.

Share